Berichten

auto

Is het niet eng?

Voor wij naar Zuid Afrika vertrekken, is onze dochter ons voorgegaan. Samen met een vriendin runt zij een project voor educatie over zonne-energie. Als ik mensen vertel over twee twintigers die met een Jeep door Zuid Afrika gaan reizen, krijg ik steevast de vraag: ‘vind je dat niet eng?’.

Tja, wat zal ik zeggen? Al 20 jaar heb ik een scherp oog voor alles wat mis kan gaan:  commodes waar een baby af kan rollen, fietsen die zomaar weigeren, enge mannen in de bosjes en ga zo maar door. Het veiligst is ze dicht bij haar moesje, maar of ze daar ook het gelukkigst is?

De angst voor Zuid Afrika wimpel ik weg onder het mom van ‘veel gereisd’ en ‘goed voorbereid’.  Voor de echte reis begint, wonen ze een tijdje in Kaapstad om zich voor te bereiden. Ik vraag hoe mensen in Zuid Afrika reageren op hun plannen, of die ze ook ‘eng’ vinden. Ja!

Neem nooit iemand mee

Maar, meldt Ianthe, ze geven ook goede raad. Die luidt: onderweg niemand meenemen, hoe zielig die er ook uitziet, nooit stoppen zelfs niet als mensen bloedend op de weg liggen en nooit in het donker rijden.

Lijken mij wijze adviezen, die ik ook in mijn eigen oren knoop. Want ook bij onze plannen beginnen mensen meteen weer over ‘eng’, ‘oppassen’ en ‘gevaarlijk land’. Wij, neem ik me voor, stoppen nooit.

De realiteit is toch altijd weer anders dan je verwacht. In grote delen van Zuid Afrika bestaat helemaal geen openbaar vervoer, zijn de meeste mensen straatarm en is het bezit van een auto is een onvoorstelbare luxe.  Trottoirs zijn er niet en als ze lopen, lopen mensen aan de rand van de snelweg. Als ze ergens naartoe willen, rest ze niets anders dan liften vanaf dezelfde rafelige wegrand. Soms hebben ze een biljet in hun handen om te laten weten dat ze best willen betalen om een stuk mee te mogen rijden.

Het zijn kinderen, scholieren, oudere vrouwen met armen vol uitpuilende plastic tasjes, mannen die keurig gekleed zijn – misschien wel op weg naar hun werk – zelfbewuste jonge vrouwen en groepjes ongeregeld. Behalve armoede hebben ze nog iets gemeen, u raadt het misschien al, ze zijn zwart. Allemaal.

Mes tussen de uien

Ik weet dat er groepen bestaan die auto’s overvallen en de passagiers beroven en misschien nog ergere dingen doen. Maar ik kan me niet voorstellen dat iedere vrouw met een boodschappentas onder haar groenten een eng wapen verbergt, of dat elke jonge man op mijn geld en eer uit is. We hebben wel eens een lifter meegenomen. Eentje hebben we op een bospad opgepikt. Ik geloof dat hij het enger vond dat wij. Hij beantwoorde elke vraag met een vaag schouderophalen.

Een ander was een illegaal in Zuid Afrika, werkte in de bouw en verdiende per uur 1 euro en twintig cent.

scholieren

buiten

Droomhuis gevonden

Sybrand Niessen kan stoppen. Wij hebben het droomhuis gevonden. Het is gewoon te reserveren via booking.com. Kosten: 55 euro per nacht. Casa dos Milagres ligt in Agulhas, het zuidelijkste puntje van Afrika en de plek waar de Atlantische- en de Indische oceaan elkaar ontmoeten.

Voor ons is een vakantie pas geslaagd als we in de etalage van de plaatselijke makelaar naar huizen kijken. Samen mijmeren welke we willen: een afgelegen bouwval, misschien een praktische flat of toch dat gekke station boven op de berg. Verlangen naar bezit is het het ultieme bewijs dat de streek ons bevalt.

uitzichtag

Omroep Max maakt een programma rond dit verlangen. Droomhuis gezocht wordt gepresenteerd door de snoezige Niessen. Per aflevering laat hij een stel drie droomhuizen zien. Elk huis heeft een van de wensen van het stel uitvergroot en bedient een aantal anderen juist niet. Lastig kiezen. De kijkers leven mee en bedenken waar ze zelf wel of juist helemaal niet hun vakantie willen doorbrengen. Het heeft de ideale mix van afgunst – hoezo kunnen zij dat betalen? – en leedvermaak – wat moet je in Spanje als je geen Spaans spreekt.

zit

Wij houden meer van een eigen bedoening dan een hotelkamer, daarom zoeken we naar ‘selfcatering cottages’, zo heet dat hier. De meeste vinden we via Booking of Airbnb. Hij is beter in zoeken dan ik. Hij heeft geduld om door eindeloos veel aanbod te wieden en blijft binnen het budget. Ik laat me snel afleiden door een paleisje dat veel te duur is. Toen hij hij de foto’s van Dos Milagres liet zien, aarzelde hij. Te mooi om waar te zijn. Ik was het ermee eens. Maar ja, een uitzicht kan je niet faken en wat kon er verder mis zijn. Dat het boven een disco ligt – dat hebben we als eens meegemaakt – of naast een vuilnisbelt. We besloten het te proberen.

bed

Het is mooier dan we kunnen dromen. Driehonderd vierkante meter, vier meter hoog en en van wand tot wand uitzicht op een woeste zee. Nauwelijks ingericht waardoor het gevoel van ruimte versterkt wordt. Een keuken met uitzicht op een natuurterrein en – eerlijk is eerlijk – ook een weg, maar die houdt na 25 meter gewoon op. Wij hebben de bovenste etage en helemaal boven een plat dakterras van 300 m2. Beneden is een halve etage, maar die was afgesloten. Hadden we ook nergens voor nodig.

De ronde vorm geeft ons het gevoel dat we in een kasteel leven. Evenals de grote open haard midden in de ruimte. Omdat het hier winter is en de nachten koud zijn, stoken we elke avond. Er bestaan ergere straffen.

keukena

We hebben de verhuurder een mailtje gestuurd of het Droomhuis te koop is. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Het antwoord luidt nee. Een dag later komt een vraag: of we een privé interesse uiten of van een bedrijf zijn. Naar waarheid antwoorden we dat we privé zijn. Er is geen reactie gekomen. Dus als u het wilt kopen, zeg dat u een bedrijf bent. Mogen wij, als vindersloon, dan elk jaar een paar weken logeren?

hoog

 In de opzet van dit blog is gekozen voor smalle foto’s, in dit geval maakt het weg dat het huis zo mooi hoog is. Daarom voor een keer afgeweken van de regel.

 

 

zee

Natuur met tanden

Ik houd van natuur met tanden. Eindeloze vlakten, hoge bergen doorsneden door diepe dalen, beukende golven en een rivier die zo nu en dan magistraal buiten zijn oevers treedt en iets meesleept.

In Nederland is de natuur getemd. Gekke bochten zijn uit sloten en rivieren gesneden, de zee kan nergens nog land veroveren, bossen zijn voorzien van gekleurde wandelpaden, stranden hebben Nijntjeborden voor verdwaalde kinderen, rode ballen die waarschuwen dat de zee gevaarlijk is en als er sprake is van oernatuur – wat dat ook mag zijn – bestaat die vooral in nota’s, overleggen en dromen.

Die onderdelen van de natuur die zich nog niet laten knevelen, worden nauwgezet in de gaten gehouden. Is het te koud of warm dan is er sprake van een noodplan, een code rood en de waarschuwing om de weergoden niet te trotseren ‘als het niet noodzakelijk is’. Elk ongemak heeft zijn eigen klaaglijn en hulpstructuur.

berg

Dan Afrika. Ook hier zijn noodnummers, maar het is de vraag of ze bereikbaar zijn. In het Noorden van het Krugerpark heeft geen enkele telefoonmaatschappij bereik. Je rijdt er langs borden met daarop – zoals in de Westerse wereld – noodnummers en de aansporing die te bellen in geval van paniek of ongemak. Maar hoe en met wat dat nummer te bereiken is, wordt niet uit de doeken gedaan.

Verdwalen is meer regel dan uitzondering. Het is fijn om zelf om je heen te kijken naar herkenningstekens en de stand van de zon en vervolgens de ander de schuld te geven als je toch verdwaalt. ‘Jij zou toch opletten!’

Zuid Afrika is te groot, er valt niet tegenaan te regelen en reguleren. Honderden kilometers strand waar bijna niemand komt. Wie moet daar de rode bal hijsen, wie moet de stoel bemannen van Bay Watch en wie moet kleine weglopers bij hun moeder terug bezorgen?

Er zijn zoveel watervallen dat het onmogelijk is ze allemaal van een hek te voorzien. Je mag blij zijn als er een trap is gemaakt om de weg naar de waterval te vergemakkelijken. Als die trap hier en daar wat versleten raakt, timmert soms iemand een nieuwe tree en soms niet. Ik heb nog niemand gehoord over het aanklagen van een staat – provincie of stad – die mensen in gevaar brengt.

Zou het een kwestie zijn van economische groei, dat de mensen hier uiteindelijk ook de natuur de baas worden? Of is het een geval van ondraaglijke regelzucht op de vierkante centimeter en de behoefte elke realiteit te voorzien van een verzekering tegen narigheid. Ik hoop het laatste, ik vrees het eerste.

hoorn

leeuwgevangen

Leeuw weer in wildpark

Sylvester, de 3 jaar oude leeuw, die ruim drie weken vrij door Zuid Afrika wandelde is gevangen. Hij is weer terug in ‘zijn’ Karoo park. In die drie weken heeft hij ruim 24 schapen verorberd, 35 speurders en aantal honden achter zich aan laten rennen en helikopters vanuit de lucht laten gluren.

Hij is op 5 juni ontsnapt nadat door extreme regenval een deel van de grond onder een stuk hek was weggespoeld. Sylvester, zoals mensen hem sindsdien noemen, zag zijn kans. Ik schreef erover in een eerdere blog. Een dag later ontsnapten in de staat New York twee gevangenen uit een zwaar beveiligde gevangenis.

Gelijkenis

Waarschijnlijk zijn de jacht op de leeuw en de jacht op die gevangen alleen in mijn hoofd op elkaar gaan lijken. Zodra ik internet heb, bekijk ik een aantal geliefde sites, waaronder The New York Times en News2,  een Afrikaanse nieuwssite. Ze gingen gelijk op. De gevangen – beiden moordenaars – en de leeuw kregen in het begin megapubliciteit. Hoe was het mogelijk dat ze ontsnapten? Ze zouden snel gevangen worden? En, was er liefde in het spel, dat laatste gold trouwens alleen voor de ontsnapte mensen.

De 35 trackers die achter Sylvester aanzaten, werden geleid door meester speurder Karel Pokkie Benadie. De mensen werden bejaagd door 1000 dienders en vele honden. Andrew Cuomo, gouverneur van de staat New York, was zo betrokken bij de zaak dat het wel leek of hij de politiemacht aanvoerde.

Sylvester, schreef een grote krant liet een spoor van moorden achter zich. Gretig kocht ik de courant om er achter te komen dat hij schapen, geiten en ander klein spul tussen zijn kaken had vermorzeld. Viel toch vies tegen.

Schieten

Daarna werd het wat rustiger. Media houden voornamelijk van nieuws. Dat ze vrij zijn, is na een paar dagen gapend saai, het wordt pas weer spannend als de ontsnapten veilig zijn opgeborgen. De mensen liepen het eerst in de val. Richard Matt werd op 26 juni gepakt. Zijn maat David Sweat liep twee dagen later tegen de lamp. Sylvester hield het nog een dag uit en werd uiteindelijk gevonden, vrij dichtbij de plek waar hij ontsnapte.

Op Sylvester werd geschoten, met een verdovingsmiddel. Eenmaal in slaap werd hij met een helikopter terug in het park gehesen. Op de mensen werd met scherp geschoten. Eentje, Matt, liet het leven, Sweat raakte gewond.

Wie meer wil lezen, vindt hier een aardig artikel over de leeuw en hier over de gevangenen.

lswijn

Elektriek = op

Ik ben een naïeve, domme doos.

Hoor ik twee weken geleden een official op de radio verklaren dat load shedding definitief ten einde is, geloof ik het. Vergelijk het met staatssecretaris Martin van Rijn die zegt dat de bureaucratie in de zorg afneemt. Wie gelooft dat? Ik niet.

Load Shedding betekent niet meer dan het sluiten van de energiekraan. Als de bazen van Eskom, de Zuid Afrikaanse energie leverancier, het nodig vinden, stopt de levering, voor minimaal twee uur. Zo simpel is het.

Ik had er al van gehoord voor ik in Zuid Afrika kwam, maar had niet tot met door laten dringen wat het betekent geen elektriciteit. Bedenk wat het allemaal niet doet: computer, tv, internet, cv, elk apparaat in je huis waaronder ijskast, koffiezetapparaat, magnetron, oven etc. In nl koken we op gas, dat is meegenomen, hier meestal op elektriciteit, dus koken kan ook niet.

Voor ons is het niet erg. Wij zijn met vakantie en hebben zelden prangende bezigheden. Een boterhammetje in plaats van warm eten, heeft iets van een avontuur. Hetzelfde geldt voor avond kaarslicht. Ook al gebeurt het soms dag na dag. Bedenk wat het betekent als je hier leeft of – erger nog – werkt.

gridwatch

Een kantoor zonder elektriciteit, een winkel waar het licht niet aangaat en de kassa het niet doet, een restaurant waar je niet kan koken een ziekenhuis waar de hartbewaking uitvalt. Grote en vermogende instellingen hebben een generator. Ook sommige winkels. Maar de meeste huishoudens niet.

Gelukkig is er een app die vrij nauwkeurig voorspelt wanneer er geen stroom is. Soms waarschuwen ze teveel, maar meestal is het raak. Installeer Gridwatch – zo heet de app – voor je naar Afrika gaat. Handig om te hebben. Ter plekke moet je meestal nog wel wat studie doen, maar de meeste mensen willen je heel graag helpen. En nog liever klagen over Eskom, dat is hier een sport.

Oorzaak

Hoe het komt, is voor een buitenstaander niet helemaal te doorgronden. Ooit, voor de apartheid, was het systeem op orde. Nu niet meer. Mismanagement, wordt gezegd. Aan de andere kant zijn er meer gebruikers. Hoe dan ook, het is een raar fenomeen in een hoog ontwikkelde samenleving. Eentje waar bijna niet mee te leven valt.

De grappen zijn legio. Weet je wat mensen in Kaapstad hadden voor kaarslicht: elektriciteit.

Een ook verdachtmakingen: dat er is townships nooit load shedding is, want daar wonen de meeste stemmers van het ANC. Dat ook het parlement in Kaapstad nooit last heeft van een hik in het systeem.

Meer energieleed

Er zijn ook nog andere vormen van elektriciteitsongemak. Hier betaal je niet per maand – of andere periode – voor elektriciteit, maar je koopt per keer. Het kan dus voorkomen dat de stroom in je huurhuis op is zonder dat je dat weet. Gelukkig verkoopt bijna elke supermarkt – en klein winkeltje – elektriciteit. Behalve, zoals wij laatst hadden, als het systeem van Eskom stuk is. Dat kan ook, niemand die weet wanneer het het weer doet en zo zit je met gemak 12 uur met kaarsen, licht van je telefoon en andere handige apparaten. En dan slaat – ook bij de ontspannen reiziger – de woede toe. Alle telefoons raken leeg, net zoals de Ipad waarop zo’n heerlijk ontspannend boek stond. De boiler is helemaal afgekoeld en de boterhammen komen mijn neus uit.

Nederland hikt eenmaal per jaar

Het is grappig – en leerzaam – om te zien hoe snel alles went. Vorig jaar werden Noord- en Zuid Holland getroffen door een grote electricitetisstoring. Ik herinner me nog hoe we verbaasd we waren dat zoiets  mogelijk was. Hoe tot achter de komma berekend werd hoe hoog de schade is..

Ik lees nog berichtjes in de krant over het onderzoek naar deze ongehoorde gebeurtenis.

Hier is het onderdeel van het alledaagse leven.

 

 

kerk

48 uur in Grahamstown

Grahamstown is een geinig stadje. Je kan er wandelen, lekker eten, grappige musea bezoeken, een botanische tuin bewonderen, een universiteit en daarbij horende diversiteit ontdekken en – voor ons belangrijk –  een echte delicatesse winkel vinden, Fusion Special. Ze hebben stroopwafels en dubbelzoute drop. Niet gekocht, maar wel echte boerenkaas en aantrekkelijke kruiden.

Het leukste van de stad is nog wel dat je op je gemak alle attracties in twee dagen kunt zien. Ik sla meestal stijl achterover als ik in gidsen – of kranten – lees wat je in een buitenlandse stad allemaal in 48 kunt doen. Zoveel red ik niet eens in twee weken. Hier is 48 uur voldoende. Behalve in juni, als er een festival is, dan heb je meer tijd nodig.

Ik wil niemand dwingen, maar als je ooit in Grahamstown bent, slaap dan svp in Bartholomew’s Loft, een verbouwde bakkerij met prettige appartementen en kamers. Wij hadden er werken willen blijven.

graham

In het stadhuis lopen we langs The portraits of Heroes. Als ik vraag of ik foto’s mag nemen, reageert de portier verheugd. Zeker, zegt hij, ‘dat worden goeie foto’s. Het is een indrukwekkende verzameling van man, vrouw, zwart en wit. Allemaal strijders van het eerste uur. Onder elke foto een quote van de betrokkene.

slovo

Voor het eerst zie ik een portret van Chris Hani, de ANC leider die in de jaren negentig vermoord werd. Op dit moment is veel te doen over zijn moordenaar. Hij zit levenslang in de gevangenis, maar is stervend. Een rechter moest zich buigen over de vraag of hij thuis mag sterven. Dat mag.

hani

Wie lekker wil lunchen, bezoekt de Red Café, een nonchalante uitspanning op de eerste verdieping in, met een groot terras. Lekkere sandwiches, verrukkelijke taarten en tweedehands Engelse boeken te koop. Het ligt aan Highstreet, de enige winkelstraat. Naast het café is een goeie boekwinkel.

avocadosandw

Veel kleinere steden in Zuid Afrika wekken de indruk dat ze in de jaren vijftig zijn blijven steken. De Europese jaren vijftig, wel te verstaan. Ook bv Bloemfontein – dat hier Bloem heet – is gemoedelijk en kneuterig. Het zijn slaperige stadjes met veel laagbouw, ruimte en een wat vervallen uiterlijk. De openbare ruimte is – in tegenstelling tot in Nederland – slecht onderhouden. Trottoirs waar je struikelt over gaten en scheve stenen. Asfalt vol potholes – gaten – en groen dat vlijtig zijn best doet de boel te overwoekeren.

Ik weet niet zeker wat dat jaren vijftig gevoel geeft: de lichte verwaarlozing is een onderdeel, zeker ook de ruimte en het gebrek aan hoogbouw, maar misschien nog wel het meest de rust van de mensen. Hier geen strakke types die haastig van A naar B bewegen. Geen straatveger die in x minuten plek y moet schoonmaken. Mensen kuieren, nemen de tijd en zijn vriendelijk.

Er is ook een universiteit, dat bepaalt mede de prettige sfeer, de losheid, de gekkigheid en dwarsheid. Ik heb ooit in een onderzoek gelezen dat de beste voorspeller voor succes van een stad de aanwezigheid van een universiteit is.

In heel Zuid Afrika zie je dat ook hier de spreukenpolitie vrij dwingend is. Elke winkel, keten en instantie heeft zo’n slogan – die marketeers ook wel tagline noemen. Ook The Rhodes University.

 

universiteit

(Hier zit de slogan de mededeling een beetje in de weg. Voor een beetje leider is er toch wel iemand die op zijn auto wil passen.)

 

Het stadje, dat in 1812 is gesticht door de Engelse Generaal Graham, heeft ook een kathedraal. De kerk oogt Gotisch, raar voor een land waar rond de 13de eeuw helemaal nog geen blanken woonden, laat staan katholieken. Het was in de tijd in Europa gebruik om oude stijlen na te apen, vandaar dit Neo-Gotische gebouw. Mooi, vooral ook het licht dat de door de glas in lood ramen naar binnen valt. De Kerk, biedt een mengeling van oude tombes en plakkaten – zoals die van Generaal Graham – en meer Afrikaans georiënteerde afbeeldingen en thema’s. De – zwarte – caretaker vraagt ons om ‘wat geld te geven voor de arme kinderen die aan de andere kant van de stad wonen’. Daar organiseren ze van die goede dingen voor.

kerbus

 

 

vis

 

casino

Ga nooit naar

Naar het Casino in Queentown.

Leuk stadje hoor, om doorheen te rijden, te tanken en een heerlijk pie, gevuld met peppersteak, te eten.

Meer zou ik er niet doen.

Overnachten

Wij hebben er geslapen, op doortocht naar Chintsa. Rijden in het donker is hier niks. Er is geen – tot weinig – verlichting, er loopt en ligt veel op straat en zeker in onbekende buurten raak je snel gedesoriënteerd. We zijn koppig en sturen tomtom toch richting een leuk hotel. De stemming in de auto daalt, honger en dorst slaan toe en we besluiten het hotel te nemen dat voor onze neus ligt.

popcorn

Restaurant

We hebben honger, dat vooral en vragen de eigenares naar een goed lokaal restaurant. Wij hopen op Afrikaanse cuisine. Ze stuurt ons richting Casino Hotel.

Nou niet flauw doen en denken: Casino kan je daar lekker eten?

Hebben wij ook niet gedacht. Oké, eventjes.

Het is er verpletterend. Buiten op de parkeerplaats waakt een man met indrukwekkend wapen in de aanslag. Allerlei verlichting knippert. Het is er druk en bij de ingang staat een bakkie van megaformaat met strik eromheen. De auto – waar ons huurexpemplaar met gemak in de achterbak past – kan je winnen.

Dat wil meneer Van Gelder wel.

Buffet

Wij zijn al eens in Afrika geweest en werden daar, ook in luxe oorden, voortdurend op buffetten getrakteerd. Genoeg voor een mensenleven. Helaas is het hier ook buffetdag. Goedkoop en de drank is gratis, meldt de serveerster. Met moeite vindt ze nog een tafel voor ons. Het is heel druk. Voor het eerst zijn we ergens met een gemengd publiek: zwart, wit en Aziatisch, ze zitten er allemaal. Meestal aan gescheiden tafels, en in één geval met een grote gemengde groep aan meerdere tafels. Kinderen rennen op en neer naar de grote bakken met vanille-ijs met verrukkelijke strooisels. Er zijn gekleurde aapjes, een soort hagelslag, smarties, marshmallows etc.

Aan het eten wil ik geen woorden wijden.

Aan de gratis drank ook niet. Dat was limonade. De wijn kost geld.

casinoauto

Gokken

We hebben daarna nog even in het casino rondgelopen. Om de auto te winnen moest je lid zijn. Om aan apparaten te zitten niet, maar het oogt zo droevig dat ik niet wil. Voor je het weet is het de verveling besmettelijk.

We gaan weer terug naar het hotel. Waar we een stevig hek voor onze eigen voordeur kunnen dichttrekken.

 

inprullenbak

Nurture of Nature?

Woensdagmiddag gaan we op stap: pinguïns kijken in Betty’s Bay. Speurend op de rotsen ontdekken we een buitenissig dier met een zacht bruin velletje en spit snuitje dat razendsnel over de rotsen rent. We vinden het niet terug op de borden met uitleg en achtergrond. Fototoestellen in de aanslag.  Het voelt bijna of we zelfstandig een nieuwe diersoort hebben ontdekt.

wildedas

Een dag later bezoeken we Hermanus, een mooi stadje aan de kust dat zijn bekendheid dankt aan walvissen die voor de kust leven. Het is niet helemaal het seizoen voor walvissen, maar gelukkig wel voor  mosselen en gebakken vis. Bovendien is er een kunstroute. We wandelen over een – wederom – mooie rotspartij, ruiken aan de de bloemen van de uitgebloeide citroentijm en bespreken de kunst. Soms prachtig, maar soms onbegrijpelijk: een lullige tuinplant in een rieten mandje onbereikbaar opgeborgen in een ster van gaas.

servetdas

Tot ik mijn geslenter onderbreek: weer zo’n gek beest van gisteren. ‘Dacht jij niet dat het een otter was’. Gespannen zit hij in de wazige zon naar de passanten te kijken. He, daar zit er nog een op een prullenbak.

Het doet met denken aan mijn eerste bezoek aan Washington. Ik had nog geen voet buiten het hotel gezet, op weg naar de plaatselijke Museumstraat, of ik zag een eekhoorn. Ook die at uit een prullenbak. Meteen was ik het hele museum vergeten. Wat bijzonder, dat ik dat mocht meemaken een eekhoorn midden in een miljoenenstad. Pas later ontdekte ik dat ze even gewoon zijn als de Amsterdamse duiven. Mooier alleen.

Zo is het ook met deze dassen. Het zijn geen otters, maar Klipdassen of Rock dassies – het is maar welke taal je spreekt – en ze komen voor in grote delen van Afrika.

Ik ben nooit te beroerd om een dier op de foto te zetten. Zo ook deze keer besluip ik de schichtige diertjes van voor en van achter.

springdas

Tot ik, uit een aanpalende prullenbak een doffe plof hoor, iets langs me voel schieten en van schrik in mijn man probeer te klimmen. Uit de prullenbak is dassie nr zoveel tevoorschijn geklommen. Hij – of zij – heeft haar mond vol met servet. Ze kauwt erop en kijkt ons woest aan: dat we niet denken dat we haar servet kunnen stelen. Geen denken aan. Ze houdt de prullenbak bezet door haar achterpoot achteloos in de bak te laten hangen.

Als de servet op is, verdwijnt ze weer in haar voorraadkast. Ik – geen held – durf er niet boven te hangen, maar maak een foto op de gok. Gelukt.

Een stukje verder zien we ook nog een paar uitgegroeide marmotten wat gras knabbelen. Gelukkig doen ze soms wat hun moeder zegt: een boterham gezond en een boterham met lekkers.

grasdas

Ik bestudeer meerder boeken – en sites – over deze grappige beestjes en leer dat ze het liefst op rotsen wonen, in families leven, mannen de baas zijn en ze een ingewikkeld ‘blafsysteem’ kennen om elkaar te waarschuwen voor vijanden. Nergens vind ik iets over vuilnisbakkeneters en ‘verboden te voeren.’

zakdas

De weinige natuur in Hermanus is ingericht als leerveld. Tal van educatieve bordjes laten in aantrekkelijke bewoording zien hoe het toegaat in de echte natuur. Wie er leeft, wie op wie jaagt en wat er zoal groeit en bloeit. Op zo’n bordje ontwaar ik mijn nieuwe lieveling.

Ik beloof bij deze dat als ik terugkeer op aarde – je moet op alles voorbereid zijn – het als Verkleurmannetjie zal zijn.

kameleon

 

starways

Het Paradijs?

Waarom reizen mensen?

Tal van redenen.

Ik ben op zoek naar Het Paradijs.

Het mogen er ook best twee zijn, of meer.

Nog niet gevonden. Wel bijna. Tot nu toe kleeft aan elke paradijselijk plek ook een minpunt, of twee. Is dat omdat ik te kritisch ben, of omdat het paradijs niet meer dan een streven is.

lucht

Het eerste paradijs heeft onze dochter Ianthe voor ons uitgekozen. Het ligt in Hogsback, een sprookjesachtige plaatsje in de bergen. Het is een van de plekken op aarde waar Tolkien zijn Hobbit-oeuvre op heeft gebaseerd. Voorstelbaar. Glooiende heuvels, geheimzinnige watervallen, ondoordringbare bossen en huizen die perfect als hobbithoeve kunnen dienen.

huisjehogs

Wij gaan naar Terra Khaya, het ligt hoog op een berg. De weg er naartoe is een pittige dirtroad. Wij komen – aldus Ianthe en Iris – op een bijzonder moment: er is een feest omdat een nieuwe ruimte geopend wordt. Het is er waanzinnig mooi. Dit is het paradijs, ik weet het zeker. Gebouwen met overal grapjes, gekke hoekjes, dingen om te ontdekken. Het is een perfecte verzameling van persoonlijke bric a brac waar ik zo dol op ben. Honden, katten, kippen en paarden scharrelen overal tussendoor. Er is een slaapzaal en verschillende huisjes. Wij hebben een huisje waarvan de buitenkant is gemaakt van afgedankte verkeersboren.

douche

Had ik al verteld dat het een backpackers hotel is, of gemeld dat het er wemelt van oude en jonge hippies? Ben ik nooit geweest, een hippie, vandaar misschien dat ik een beetje bang voor ze ben. ’s Avonds als ik naar bed ga, word ik bijna bedolven onder sterren die zo flonkeren dat het lijkt of ik ze kan plukken. Ik ga even op de grond liggen om te genieten.

Ze doen hier serieus aan duurzaamheid. Alles wordt bewaard en hergebruikt. De douche, de mooiste die ik ooit gezien heb, kijkt uit op de bergen. Als je onder de douche wilt, moet je even vragen of ze het houtvuur onder ‘de boiler’ willen aansteken. De theezakjes worden op het fornuis gedroogd.

De volgende ochtend, als ik in mijn ponnetje naar de gemeenschappelijke ruimte wandel, is er pap, gemaakt door twee oudere zwarte dames in een sprookjesachtige keuken. De oudste noemt me mammie en zet een keteltje water op voor mijn thee. Daarna gaat ze deeg kneden voor het brood dat ze elke dag bakt. In een gewoon hotel zou ik me nooit in mijn nachtpon onder de gasten mengen. Maar hippies, die vinden dat gewoon.

recycle

We maken een wandeling naar de waterval Madonna and Child. We eten taart en viskoekjes in de Vlindertuin. We vragen de weg aan iemand die ons niet verstaat. Hij zegt iets tegen ons, wat wij weer niet verstaan. In tweede instantie wel: of we magic mushrooms willen kopen.

waterval

Wat is er mis?

Dat wilt u misschien wel weten. Het eerste is iets waar alleen een tuttig dametje zich aan stoort: er zijn drie wc’s, her en der verdeeld over het terrein. Allemaal ecologisch.

En het feest, dat was best aardig, voor eventjes, maar de muziek dreunde de hele nacht door. De tweede nacht ook. Vandaar dat het niemand opviel dat ik – toch een tikje ongemakkelijk – in mijn nachtpon zat.

Ik ga zeker nog een keer terug!

En maak een vervolg over de andere – bijna – paradijzen.

hogsback

wimpy

Waar drinkt een lady koffie?

Wij hebben een nieuwe favoriete hang out: Wimpy.

Niet gedacht he?

We zitten ook wel eens bij een coffeeshop van Douwe Egberts.

Amsterdammers zien, net zoals bewoners van internationale steden, het aantal exclusieve koffietenten groeien. Ze branden hun eigen bonen, hebben een ruig uiterlijk, verkopen peperdure systemen om koffie te zetten. Zelfs de ouderwetse filter kost er een vermogen. In Johannesburg hebben ze precies dezelfde soort tenten.

Nescafé

Nu we dieper het land intrekken is het anders. Hier zijn geen hippe plekken, hier zijn zelfs nauwelijks uitspanningen waar je koffie kunt drinken. De huurhuisjes hebben geen koffiezetapparatuur en eindelijk snappen we waarom er zoveel soorten Nescafé in de schappen van de super staat.

Vandaar de Wimpy. Bovendien hebben ze nog een onderdeel dat ons lokt: gratis Wifi. We onderhouden een gecompliceerde relatie met het web. Een echte reiziger is los van alles, dus ook van nieuwssites, mail met familie en vrienden en tips voor leuke huisjes. Een echte reiziger is los. Wij niet.

wimpy2

Internet

Wij snakken naar internet. In de auto speuren we naar de vrolijke rode kleuren van de gigant die in Nederland in de jaren zeventig en tachtig groot was, maar daarna geheel verdween. Hier opende de Engelse keten in 1976 zijn eerste hamburgertent en is daarna nooit verdwenen. Sterker nog. Wimpy is een grote speler op de markt. We hebben nog geen Mc Donalds of Burger King gezien. En die koffie, die koffie is best te drinken.

de

DE

In het kustplaatsje St Lucia wijst een inwoner ons op een ‘geweldige coffeeshop’, nergens in heel Zuid Afrika, beweert ze, kun je betere koffie drinken. Wij huppelen naar binnen. De uitstraling is top. Mooie, gestileerde zwart-wit tekeningen van wilde dieren. Een paar verrukkelijke taartjes en muffins en twee leuke jonge barista’s naast een indrukwekkend espressoapparaat. We kunnen niet wachten op onze bestelling. Tot onze verbazing zijn de koppen versierd met het bekende DE-logo. In Nederland een tuttig merk, hier de top van de markt.

moederdag

Moederdag

Deze chocolaatjes krijg ik – midden in Kruger – omdat het Moederdag is. Drie luxe snoepjes, met de hand verpakt in glimmend rood papier, voor elke vrouw. Ontroerend lief. Ze worden uitgedeeld bij Mugs and Beans, ook zo’n keten die er in slaagt om perfect de Europese koffietent te kopiëren. Je komt de kleine shops tegen in de grote dorpen in de wildparken en bij benzinestations. Ook zij hebben gratis Wifi.

Verlangen

Het geeft een ambivalent gevoel. We op reis om een andere cultuur te leren kennen. Om nieuwe gedachten te ontwikkelen. Maar juist midden in die nieuwe cultuur, verlangen we vertrouwde elementen van het thuisleven. Dat blijkt cappuccino en dagelijks het nl-nieuws.