Berichten

zee

Natuur met tanden

Ik houd van natuur met tanden. Eindeloze vlakten, hoge bergen doorsneden door diepe dalen, beukende golven en een rivier die zo nu en dan magistraal buiten zijn oevers treedt en iets meesleept.

In Nederland is de natuur getemd. Gekke bochten zijn uit sloten en rivieren gesneden, de zee kan nergens nog land veroveren, bossen zijn voorzien van gekleurde wandelpaden, stranden hebben Nijntjeborden voor verdwaalde kinderen, rode ballen die waarschuwen dat de zee gevaarlijk is en als er sprake is van oernatuur – wat dat ook mag zijn – bestaat die vooral in nota’s, overleggen en dromen.

Die onderdelen van de natuur die zich nog niet laten knevelen, worden nauwgezet in de gaten gehouden. Is het te koud of warm dan is er sprake van een noodplan, een code rood en de waarschuwing om de weergoden niet te trotseren ‘als het niet noodzakelijk is’. Elk ongemak heeft zijn eigen klaaglijn en hulpstructuur.

berg

Dan Afrika. Ook hier zijn noodnummers, maar het is de vraag of ze bereikbaar zijn. In het Noorden van het Krugerpark heeft geen enkele telefoonmaatschappij bereik. Je rijdt er langs borden met daarop – zoals in de Westerse wereld – noodnummers en de aansporing die te bellen in geval van paniek of ongemak. Maar hoe en met wat dat nummer te bereiken is, wordt niet uit de doeken gedaan.

Verdwalen is meer regel dan uitzondering. Het is fijn om zelf om je heen te kijken naar herkenningstekens en de stand van de zon en vervolgens de ander de schuld te geven als je toch verdwaalt. ‘Jij zou toch opletten!’

Zuid Afrika is te groot, er valt niet tegenaan te regelen en reguleren. Honderden kilometers strand waar bijna niemand komt. Wie moet daar de rode bal hijsen, wie moet de stoel bemannen van Bay Watch en wie moet kleine weglopers bij hun moeder terug bezorgen?

Er zijn zoveel watervallen dat het onmogelijk is ze allemaal van een hek te voorzien. Je mag blij zijn als er een trap is gemaakt om de weg naar de waterval te vergemakkelijken. Als die trap hier en daar wat versleten raakt, timmert soms iemand een nieuwe tree en soms niet. Ik heb nog niemand gehoord over het aanklagen van een staat – provincie of stad – die mensen in gevaar brengt.

Zou het een kwestie zijn van economische groei, dat de mensen hier uiteindelijk ook de natuur de baas worden? Of is het een geval van ondraaglijke regelzucht op de vierkante centimeter en de behoefte elke realiteit te voorzien van een verzekering tegen narigheid. Ik hoop het laatste, ik vrees het eerste.

hoorn

krugerzebrababy

4 scenes uit Kruger

1.

De leeuwen hebben tutu’s aan, de giraffen hangen slingers op, de zebra’s staan langs de kant en de apen oefenen een welkomstlied. Ik ben in aantocht. Eindelijk.

 

krugerxspiegel

2.

We rijden naar een drinkplaats – de bewegwijzering in Kruger is perfect – en treffen een lege auto. Na enig speurwerk zien we een man lopen, ver in het veld, in de buurt van een kudde olifanten. Voorzichtig stappen we uit. Als angstige stokstaartjes staan we naast  de auto. De man – met fototoestel – komt weer terug en spreekt ons aan. Er ontspint zich een gesprek.

‘Ook uit Nederland, dat dacht ik al te horen.’

‘Mag je hier uit de auto?’

‘Geen idee, er staat nergens iets aangegeven.’

‘Is het niet gevaarlijk?’

‘Olifanten niet, die vallen niet snel aan.’

‘Zijn hier dan geen andere dieren, ik hoor geloof ik apen.’

‘Ja, dat zijn apen.’

‘Bent u een kenner?’

‘Nee, iedereen weet hoe een aap klinkt.’

 

krugerwortelklein

3.

Shingwedzi, een kamp midden in Noord Kruger. Het heeft iets weg van Center Parks, met restaurant, receptie, benzinestation, winkel en volstrekt identieke huisjes. Het is er toch prettig: het is 31 graden, de vogels krijsen en het zwembad is op temperatuur. Er zijn apen, meldt het papier bij de ijskast. Of we willen oppassen, ze stelen. Ik lig even op bed te lezen en zie plots op de aanrecht, die buiten is, een aapje rennen met een tomaat tussen zijn tanden. Onze tomaat.

Ik ren naar buiten: er is een kolonne kleine zilverkleurige apen in aantocht. Slungelig komen ze aan, steeds meer, ze kijken verdomd goed om zich heen en overal waar ze iets eetbaars vermoeden, springen ze razendsnel op het overdekte terras. Ik ben te laat voor een foto.

Dag twee ben ik voorbereid. Zodra de eerste aap in beeld komt, pak ik het fototoestel en leg een wortel neer. (Voeren mag niet, maar een wortel is toch gezond?!?)

De aap komt aan, veel sneller dan verwacht, 1 wortelstuk in zijn bek, 1 in de linker poot en 1 rechts. Hij kan er slechts twee meenemen. Geeft nix. In gestrekte draf komen de anderen.

 

krugerbord

4.

We zijn aan de late kant. We mogen nog net door de poort. Flink doorrijden anders is het al donker voor we aankomen. De sfeer in de auto daalt snel. Naar welk kamp zijn we eigenlijk op zoek. Wie had ook weer geboekt, wie had ook weer de reservering zullen printen? Hoe heet die verdomde plek: Parfuri, Pafuri rest camp of Pafuri River? Langzaam groeit het besef dat we iets fout hebben gedaan. We willen naar Pafuri rest camp, midden in Kruger, maar hebben waarschijnlijk een foutje gemaakt toen we een aantrekkelijk aanbod zagen. We? Nou ja, ik. Maar hij heeft verzuimd de reservering uit te printen.

Gelukkig zien we, na enige tijd, op een brug zo’n idyllische open safaritruck, ervoor staat een dame – type Engelse met noten op haar zang – binnen gluurt een enorme telelens. Naast de auto staan twee werknemers, de één klapt een tafeltje uit, de ander schenkt witte wijn. Begerig loer ik naar het tafeltje, beleefd vraag ik of ze ons misschien kunnen helpen.

Tja, als wij niet precies weten waar we naartoe moeten, hoe zouden zij het dan moeten weten. Waarschijnlijk bedoelen Pafuri River – dat ligt net buiten Kruger – en we mogen wel hard rijden want de poort gaat om zes uur dicht en de mannen houden er niet van om die weer open te doen. Hij blijft rustig, ik wat minder. De zon gaat prachtig onder.

Om halfzeven komen we bij de poort. Hij stapt uit en legt uiterst beleefd uit hoe ontzetten dom we zijn en of de meneer alstublieft wil helpen. ‘U mag hier blijven slapen’, horen mijn gespitste oren. Uiteindelijk – via een eindeloze dirtroad aan de verkeerde kant van Kruger komen we bij Pafuri River.

Geweldig leuk: een slaapkamer op palen, dicht bij de boomkruinen. Een klein huisje ernaast met douche, wc en keuken. Alles voorzien van olielampen.