Berichten

twinsoweto

Zwart Wit

Nog nooit ben ik me zo bewust geweest van mijn kleur. Misschien is het beter te zeggen: het gebrek aan kleur. Een bezoek aan Zuid Afrika is een bezoek aan de geschiedenis. Speciaal die van uitsluiten en bewonderen.

Om met het uitsluiten te beginnen. Na een bezoek aan Soweto, de tentoonstelling Rise and Fall of apartheid en het Apartheid Museum, schaam ik me voor wat uit naam van witte hoogmoed is aangericht. Ook mijn hoogmoed en mijn achtergrond. In deze tijd ken ik de politiek correcte standpunten uit mijn hoofd, maar was ik pakweg 50 jaar geleden ook zo wijs geweest. Ik vrees van niet.

Soweto

Op aanraden van Ianthe, onze dochter die ook in Zuid Afrika is,  gaan we fietsen we met Lebo’s Soweto Backpackers, een hostel midden in Soweto dat fietstochten door de wijk organiseert. Het is vast geen toeval dat de meerderheid van de deelnemers Nederlander is. De begeleiders spelen hun rol met verve. Trots op hun buurt, veel verwijzingen naar de grootsheid van de zwarte gemeenschap.  ‘De beroemdste straat in de wereld is Vilakazi Street in Orlando West, daar woonden ooit Nelson Mandela en Desmond Tutu.  Of kunnen jullie een andere straat noemen waar twee Nobelprijswinnaars woonden’, vraagt de gids een tikje vilein.

afriekgolfplaathut

 

We rijden over modderige zandpaden in de achterbuurten, waar het vuil gewoon op de weg gegooid wordt, en een hutje van golfplaten 250 rand huur per maand kost. (Dat is ongeveer 22 euro.) Daarvoor heb je overigens geen wc en geen water of afvoer.

Daarna langs luxe flats die – gek genoeg – niet bewoond worden. De gids is bitter. De gebouwen staan er al vijf jaar, er heeft nooit iemand gewoond. Een geval van een organisatie die goed wil doen, niet de juiste opzichter aanstelt en sindsdien de boel de boel laat. Wat er zou gebeuren als ze de huizen zouden kraken, wil ik weten. Verbaasd kijkt de gids mij aan. ‘Dan haalt de politie de mensen weg.’ Soweto is veelzijdig. Naast de krottenwijk staan delen met keurige stenen eengezinswoningen, omzoomd door een stevig hek. Alles is laag, een enkele school telt drie verdiepingen. In de township wonen tussen de 3,5 en 5 miljoen mensen.

De torens, aan het begin van dit stukje, zijn torens van oude elektriciteitscentrales in Soweto. Ze wekten geen energie op voor het township, maar voor een blanke wijk, kilometers verderop. In de ene toren zitten nu culturele instellingen, in de ander kan je bungeejumpen.

Wie kijkt naar wie

Naast onze luxe fietsen hebben we geen andere fiets gezien, of het moet een mini-exemplaar zijn. We worden voortdurend bekeken en toe gezwaaid. Kleine kinderen rennen langs de groep om iedereen een high five te geven. Waarom? Omdat we er raar uitzien op die fietsen. Omdat ze bijna nooit een witte mens in hun eigen straat zien. Omdat ze denken dat toeristen dat leuk vinden? Ik heb geen idee.

De meeste mensen zwaaien en reageren verheugd als we terug zwaaien. Het voelt een beetje alsof ik deelneem aan een Koninklijke stoet. Misschien wordt dat gevoel versterkt door het feit dat het in Nederland Koningsdag is. In Zuid Afrika is het op dezelfde dag Freedom Day, de dag waarop wordt herdacht dat op 27 april 1994 de eerste vrije verkiezen werden gehouden. Van feestelijkheden is niet veel te merken. De gids waarschuwt regelmatig voor glasscherven op de weg. Er is de avond daar voor veel gedronken. Kennelijk hebben Freedom- en Oranjefeesten iets gemeen.

Iedereen neemt voortdurend foto’s: van zichtbare armoede, van schattige kinderen, van karakteristieke koppen en van de monumenten. Ik ook. Maar het voelt een beetje gek. Wat doen we hier? Gelukkig pakt een passant zijn mobiel en neemt een foto van twintig zwaaiende bleekscheten op de fiets.

 

afriekrodestoep

 

Rode stoepen

Alle vrolijkheid verdwijnt als we op het plein van het Hector Pieterson Memorial  komen. De gids vertelt zonder enige opsmuk over de duizenden scholieren die in 1976 opstand kwamen tegen het slechte schoolsysteem voor zwarten. Ze wilden Engels leren. Ze trokken – in een geweldloos protest – door de straten van Soweto. De politie wilde ze tegenhouden. Er vielen schoten en er werden meer dan vijftig kinderen gedood. De 13-jarige Hector Pieterson was de eerste.

Pas later, toen Mandela aan de macht kwam, mocht er een monument komen. Het is mooi en kaal. Veel stenen, dat waren de enige wapens die de scholieren hadden. Uitspraken van ouders van gedode kinderen, die zich troosten met de gedachten dat hun kind niet voor niets was gestorven, maar had bijgedragen aan een betere toekomst voor hun land. Olijfbomen, die Mandela wenste, omdat ze het symbool zijn van vrede. En rode stoepen. Die waren ons niet opgevallen als speciaal. In Nederland is de rode klinker een veel gebruikte steen in de openbare ruimte. Hier symboliseert het rood het bloed dat over de straten vloeide.

 

afriekdrinkgezond

Bier en zang

Tot slot worden we meegenomen naar een simpele uitspanning. Niet toeristisch belooft de gids. Het ziet er minder gelikt uit dan de geijkte toeristenfuik, maar of het helemaal authentiek is. Als de blanken – met hun gezonde flesjes water – plaats hebben genomen tussen de localen die allemaal aan het bier zijn, pakt een oude man zijn gitaar, trekt een jonge vrouw haar lichtgroene flatjes aan en beginnen ze samen te zingen. Afrikaans, maar ook Jazz uit Amerika en – onvermijdelijk – een lied uit de Lion King.

Een van de aanwezigen drinkt bier uit een goedkoop pak dat. Let op de tekst op de achterkant: ‘don’t drink and walk on the road, you may be killed’.

 

afriektrots

Bewonderen

En dan is er ook die andere kant, die van bewondering. Bewondering voor Mandela. Die is overal voelbaar. In de manier waarop de gidsen over hem praten, in de tijdelijke tentoonstelling in het Apartheid Museum. Wat mij bijblijft is de rode mercedes – opgesteld tussen de vele foto’s en teksten – die de werknemers van Mercedes in Zuid Afrika voor hem maakten toen hij werd vrijgelaten. Het is een verpletterend museum, heel grondig en volledig, maar het voelt alsof ik een boek lees.

Ik ben het meest geraakt door de fototentoonstelling ‘Rise and Fall of apartheid’ in het Afrika Museum. Daar is de alledaagsheid van de apartheid te zien. Juist die gewoonheid maakt het zo beklemmend.

afriekontroer

afriekalleenblank

afriekzwartefamilie