Berichten

kerk

48 uur in Grahamstown

Grahamstown is een geinig stadje. Je kan er wandelen, lekker eten, grappige musea bezoeken, een botanische tuin bewonderen, een universiteit en daarbij horende diversiteit ontdekken en – voor ons belangrijk –  een echte delicatesse winkel vinden, Fusion Special. Ze hebben stroopwafels en dubbelzoute drop. Niet gekocht, maar wel echte boerenkaas en aantrekkelijke kruiden.

Het leukste van de stad is nog wel dat je op je gemak alle attracties in twee dagen kunt zien. Ik sla meestal stijl achterover als ik in gidsen – of kranten – lees wat je in een buitenlandse stad allemaal in 48 kunt doen. Zoveel red ik niet eens in twee weken. Hier is 48 uur voldoende. Behalve in juni, als er een festival is, dan heb je meer tijd nodig.

Ik wil niemand dwingen, maar als je ooit in Grahamstown bent, slaap dan svp in Bartholomew’s Loft, een verbouwde bakkerij met prettige appartementen en kamers. Wij hadden er werken willen blijven.

graham

In het stadhuis lopen we langs The portraits of Heroes. Als ik vraag of ik foto’s mag nemen, reageert de portier verheugd. Zeker, zegt hij, ‘dat worden goeie foto’s. Het is een indrukwekkende verzameling van man, vrouw, zwart en wit. Allemaal strijders van het eerste uur. Onder elke foto een quote van de betrokkene.

slovo

Voor het eerst zie ik een portret van Chris Hani, de ANC leider die in de jaren negentig vermoord werd. Op dit moment is veel te doen over zijn moordenaar. Hij zit levenslang in de gevangenis, maar is stervend. Een rechter moest zich buigen over de vraag of hij thuis mag sterven. Dat mag.

hani

Wie lekker wil lunchen, bezoekt de Red Café, een nonchalante uitspanning op de eerste verdieping in, met een groot terras. Lekkere sandwiches, verrukkelijke taarten en tweedehands Engelse boeken te koop. Het ligt aan Highstreet, de enige winkelstraat. Naast het café is een goeie boekwinkel.

avocadosandw

Veel kleinere steden in Zuid Afrika wekken de indruk dat ze in de jaren vijftig zijn blijven steken. De Europese jaren vijftig, wel te verstaan. Ook bv Bloemfontein – dat hier Bloem heet – is gemoedelijk en kneuterig. Het zijn slaperige stadjes met veel laagbouw, ruimte en een wat vervallen uiterlijk. De openbare ruimte is – in tegenstelling tot in Nederland – slecht onderhouden. Trottoirs waar je struikelt over gaten en scheve stenen. Asfalt vol potholes – gaten – en groen dat vlijtig zijn best doet de boel te overwoekeren.

Ik weet niet zeker wat dat jaren vijftig gevoel geeft: de lichte verwaarlozing is een onderdeel, zeker ook de ruimte en het gebrek aan hoogbouw, maar misschien nog wel het meest de rust van de mensen. Hier geen strakke types die haastig van A naar B bewegen. Geen straatveger die in x minuten plek y moet schoonmaken. Mensen kuieren, nemen de tijd en zijn vriendelijk.

Er is ook een universiteit, dat bepaalt mede de prettige sfeer, de losheid, de gekkigheid en dwarsheid. Ik heb ooit in een onderzoek gelezen dat de beste voorspeller voor succes van een stad de aanwezigheid van een universiteit is.

In heel Zuid Afrika zie je dat ook hier de spreukenpolitie vrij dwingend is. Elke winkel, keten en instantie heeft zo’n slogan – die marketeers ook wel tagline noemen. Ook The Rhodes University.

 

universiteit

(Hier zit de slogan de mededeling een beetje in de weg. Voor een beetje leider is er toch wel iemand die op zijn auto wil passen.)

 

Het stadje, dat in 1812 is gesticht door de Engelse Generaal Graham, heeft ook een kathedraal. De kerk oogt Gotisch, raar voor een land waar rond de 13de eeuw helemaal nog geen blanken woonden, laat staan katholieken. Het was in de tijd in Europa gebruik om oude stijlen na te apen, vandaar dit Neo-Gotische gebouw. Mooi, vooral ook het licht dat de door de glas in lood ramen naar binnen valt. De Kerk, biedt een mengeling van oude tombes en plakkaten – zoals die van Generaal Graham – en meer Afrikaans georiënteerde afbeeldingen en thema’s. De – zwarte – caretaker vraagt ons om ‘wat geld te geven voor de arme kinderen die aan de andere kant van de stad wonen’. Daar organiseren ze van die goede dingen voor.

kerbus

 

 

vis

 

deken

Historisch Museum

Provinciale musea zijn aandoenlijk. Niets van de geliktheid die wij gewend zijn. Het is meestal niet meer dan een paar zaaltjes, zonder duidelijk thema of idee over inrichting. Het is goed te zien dat een Afrikaanse directeur ooit de geschiedenis heeft willen vertellen zoals hij hem kende. De glorie van de boeren en Britten breed uitgemeten, die van Kaffers – dat was toen een heel gewoon woord – kreeg nauwelijks aandacht.

Dat is de laatste 20 jaar hersteld. De Xhosa – de oorspronkelijke bewoners in dit deel van Zuid Afrika – kregen hun rechtmatige plek in het museum in Grahamstown, maar er is waarschijnlijk niet genoeg geld om de hele boel om te gooien. Oud en Nieuw staan een beetje ongemakkelijk naast elkaar. Soms in één zaal, maar meestal zijn er nieuwe zalen gemaakt om het verhaal van de zwarte bevolking te vertellen.

houtleeuw

In het historisch museum van Grahamstown vermoed ik dat er een commissie aan het werk is gegaan om nieuwe teksten te maken. Het is een universiteitsstad, dus mogelijk heeft de commissie zich gedegen voorbereid. Ze zijn er niet niet uitgekomen. De waarheid bestaat niet, hij kan niet worden aangestipt en wie iets wil vinden, bepaalt maar zijn eigen oordeel.

museumtekst

Terwijl wij het museum bezoeken is de portier keihard aan het telefoneren. In alle vier de zalen horen wij zijn stem als ondertitel bij wat we zien. Van de voortrekkers, de eerste blanken die het land in bezit namen, de Britten die daarna kwamen en de Xhosa  die door iedereen worden onderdrukt en overheerst.

kralenmuseum

Het is een krachtig ratjetoe van schitterende gebruiksvoorwerpen en sieraden gemaakt van kralen, Engelse kinderschoentjes, wapens, werktuigen en meubels gemaakt op basis van ontwerpen van het land van herkomst waar hier en daar een Afrikaans detail opduikt.

 

kinderschoen

twinsoweto

Zwart Wit

Nog nooit ben ik me zo bewust geweest van mijn kleur. Misschien is het beter te zeggen: het gebrek aan kleur. Een bezoek aan Zuid Afrika is een bezoek aan de geschiedenis. Speciaal die van uitsluiten en bewonderen.

Om met het uitsluiten te beginnen. Na een bezoek aan Soweto, de tentoonstelling Rise and Fall of apartheid en het Apartheid Museum, schaam ik me voor wat uit naam van witte hoogmoed is aangericht. Ook mijn hoogmoed en mijn achtergrond. In deze tijd ken ik de politiek correcte standpunten uit mijn hoofd, maar was ik pakweg 50 jaar geleden ook zo wijs geweest. Ik vrees van niet.

Soweto

Op aanraden van Ianthe, onze dochter die ook in Zuid Afrika is,  gaan we fietsen we met Lebo’s Soweto Backpackers, een hostel midden in Soweto dat fietstochten door de wijk organiseert. Het is vast geen toeval dat de meerderheid van de deelnemers Nederlander is. De begeleiders spelen hun rol met verve. Trots op hun buurt, veel verwijzingen naar de grootsheid van de zwarte gemeenschap.  ‘De beroemdste straat in de wereld is Vilakazi Street in Orlando West, daar woonden ooit Nelson Mandela en Desmond Tutu.  Of kunnen jullie een andere straat noemen waar twee Nobelprijswinnaars woonden’, vraagt de gids een tikje vilein.

afriekgolfplaathut

 

We rijden over modderige zandpaden in de achterbuurten, waar het vuil gewoon op de weg gegooid wordt, en een hutje van golfplaten 250 rand huur per maand kost. (Dat is ongeveer 22 euro.) Daarvoor heb je overigens geen wc en geen water of afvoer.

Daarna langs luxe flats die – gek genoeg – niet bewoond worden. De gids is bitter. De gebouwen staan er al vijf jaar, er heeft nooit iemand gewoond. Een geval van een organisatie die goed wil doen, niet de juiste opzichter aanstelt en sindsdien de boel de boel laat. Wat er zou gebeuren als ze de huizen zouden kraken, wil ik weten. Verbaasd kijkt de gids mij aan. ‘Dan haalt de politie de mensen weg.’ Soweto is veelzijdig. Naast de krottenwijk staan delen met keurige stenen eengezinswoningen, omzoomd door een stevig hek. Alles is laag, een enkele school telt drie verdiepingen. In de township wonen tussen de 3,5 en 5 miljoen mensen.

De torens, aan het begin van dit stukje, zijn torens van oude elektriciteitscentrales in Soweto. Ze wekten geen energie op voor het township, maar voor een blanke wijk, kilometers verderop. In de ene toren zitten nu culturele instellingen, in de ander kan je bungeejumpen.

Wie kijkt naar wie

Naast onze luxe fietsen hebben we geen andere fiets gezien, of het moet een mini-exemplaar zijn. We worden voortdurend bekeken en toe gezwaaid. Kleine kinderen rennen langs de groep om iedereen een high five te geven. Waarom? Omdat we er raar uitzien op die fietsen. Omdat ze bijna nooit een witte mens in hun eigen straat zien. Omdat ze denken dat toeristen dat leuk vinden? Ik heb geen idee.

De meeste mensen zwaaien en reageren verheugd als we terug zwaaien. Het voelt een beetje alsof ik deelneem aan een Koninklijke stoet. Misschien wordt dat gevoel versterkt door het feit dat het in Nederland Koningsdag is. In Zuid Afrika is het op dezelfde dag Freedom Day, de dag waarop wordt herdacht dat op 27 april 1994 de eerste vrije verkiezen werden gehouden. Van feestelijkheden is niet veel te merken. De gids waarschuwt regelmatig voor glasscherven op de weg. Er is de avond daar voor veel gedronken. Kennelijk hebben Freedom- en Oranjefeesten iets gemeen.

Iedereen neemt voortdurend foto’s: van zichtbare armoede, van schattige kinderen, van karakteristieke koppen en van de monumenten. Ik ook. Maar het voelt een beetje gek. Wat doen we hier? Gelukkig pakt een passant zijn mobiel en neemt een foto van twintig zwaaiende bleekscheten op de fiets.

 

afriekrodestoep

 

Rode stoepen

Alle vrolijkheid verdwijnt als we op het plein van het Hector Pieterson Memorial  komen. De gids vertelt zonder enige opsmuk over de duizenden scholieren die in 1976 opstand kwamen tegen het slechte schoolsysteem voor zwarten. Ze wilden Engels leren. Ze trokken – in een geweldloos protest – door de straten van Soweto. De politie wilde ze tegenhouden. Er vielen schoten en er werden meer dan vijftig kinderen gedood. De 13-jarige Hector Pieterson was de eerste.

Pas later, toen Mandela aan de macht kwam, mocht er een monument komen. Het is mooi en kaal. Veel stenen, dat waren de enige wapens die de scholieren hadden. Uitspraken van ouders van gedode kinderen, die zich troosten met de gedachten dat hun kind niet voor niets was gestorven, maar had bijgedragen aan een betere toekomst voor hun land. Olijfbomen, die Mandela wenste, omdat ze het symbool zijn van vrede. En rode stoepen. Die waren ons niet opgevallen als speciaal. In Nederland is de rode klinker een veel gebruikte steen in de openbare ruimte. Hier symboliseert het rood het bloed dat over de straten vloeide.

 

afriekdrinkgezond

Bier en zang

Tot slot worden we meegenomen naar een simpele uitspanning. Niet toeristisch belooft de gids. Het ziet er minder gelikt uit dan de geijkte toeristenfuik, maar of het helemaal authentiek is. Als de blanken – met hun gezonde flesjes water – plaats hebben genomen tussen de localen die allemaal aan het bier zijn, pakt een oude man zijn gitaar, trekt een jonge vrouw haar lichtgroene flatjes aan en beginnen ze samen te zingen. Afrikaans, maar ook Jazz uit Amerika en – onvermijdelijk – een lied uit de Lion King.

Een van de aanwezigen drinkt bier uit een goedkoop pak dat. Let op de tekst op de achterkant: ‘don’t drink and walk on the road, you may be killed’.

 

afriektrots

Bewonderen

En dan is er ook die andere kant, die van bewondering. Bewondering voor Mandela. Die is overal voelbaar. In de manier waarop de gidsen over hem praten, in de tijdelijke tentoonstelling in het Apartheid Museum. Wat mij bijblijft is de rode mercedes – opgesteld tussen de vele foto’s en teksten – die de werknemers van Mercedes in Zuid Afrika voor hem maakten toen hij werd vrijgelaten. Het is een verpletterend museum, heel grondig en volledig, maar het voelt alsof ik een boek lees.

Ik ben het meest geraakt door de fototentoonstelling ‘Rise and Fall of apartheid’ in het Afrika Museum. Daar is de alledaagsheid van de apartheid te zien. Juist die gewoonheid maakt het zo beklemmend.

afriekontroer

afriekalleenblank

afriekzwartefamilie