Berichten

snijdweesper

Ouderwetse Weespermoppen

Een ontzettend lekker koekje. Aan de buitenkant een harde korst, van binnen zachte amandel met suiker en een vleugje citroen. Hoewel het echt simpel is, geef ik uit een uitgebreide beschrijving omdat er bij nog wel eens iets is misgegaan, voor ik het goed in de vingers had.

Nodig voor ongeveer 20 koekjes:

130 gram witte suiker

1 citroen

125 gram blanke amandelen

1 ei.

Het deeg moet minstens een dag in de ijskast rusten. Ik laat dat wel eens achterwege, maar heb er altijd spijt van. Je proeft het.

1. Je moet de helft van de citroenschil raspen. Ik doe dat door de citroen dun te schillen, met dunschiller of scherp mesje. Neem niet te veel van het wit mee, want dan dat smaakt bitter. Vervolgens maal ik de citroen met suiker in de keukenmachine. Ga net zolang door tot de citroen echt heel fijn is. Schraap minstens eenmaal langs de kanten om alle suiker en citroen goed te vermalen.

De suiker is een goeie drager voor de olie uit de citroenschil. Die geeft de meeste smaak en geur.citroenmes

 

2. Voeg de amandelen toe en maal opnieuw. Pas op. Als je te lang doorgaat, kan de olie uit de noot vrijkomen. Dan moet je overnieuw beginnen, er is geen andere oplossing. Je kunt doormalen tot alle stukjes noot een gelijke grootte hebben. Ik doe dat niet, ik vind iets van variatie juist wel lekker in de koek. Dat geeft ook die zelfgebakken look waar ik van houd.

3. Klop het ei door elkaar. Ik doe dat in een klein maatbekertje – borrelglas kan ook. Maal de helft van het ei door de nootsuikermassa. Vorm er daarna een bol van. Als dat niet lukt, giet er dan nog een piepklein beetje ei bij.

4. Bewaar de bol in de ijskast, minstens een dag. Ik bak soms na een dag een paar koekjes en de dag erna nog een portie.

5a. Er zijn twee manieren om de koekjes te maken. Ik heb een voorkeur voor die met de kleine ijslepel. Schep bolletjes deeg op een bakblik en druk ze ietsje plat. Zorg dat ze niet te dicht bij elkaar liggen, want de koekjes zakken tijdens het bakken nog ietsje uit.

weespermoprauw

5b. Of je bestrooit een plankje met suiker en rolt daarop van het deeg een rol van ongeveer drie centimeter doorsnede. Daarna snijdt je koekjes van 1 cm dik. (Zie hiervoor de foto bovenaan het recept. Ik doe het echt met een centimeter, geen grap, want het is belangrijk dat de koekjes even dik zijn als ze de oven ingaan.)

6. Bak de koekjes in een voorverwarmde oven van 200°C. Bak ze het liefst op een rek en niet op een gesloten ovenplaat. Ze verbranden nl heel makkelijk. Ik ben er vaak ingestonken: koekjes in de oven en dan snel nog even iets anders doen. Gaat bijna altijd mis. Blijf in de keuken, ga naast de oven zitten en kijk. Je neus helpt trouwens ook. Net op het moment dat ze lekker gaan ruiken, zijn ze klaar. Dat is na zo’n 8 a 10 minuten. Ze zijn goed als ze aan de randen licht kleuren, dan zijn ze nog zacht van binnen. Als het hele koekje kleurt – de randen worden dan razendsnel zwart – is het één harde brok koek. Daar is niets aan.

weesperklaar

Dit recept komt het het fijne en handige boek Koekje van Jonah Freud. Een boek met moderne koekjes van Kees Raat en ouderwetse – zoals deze mop – van Cees Holtkamp.

voetjespluss

Voet koekjes

Met dit simpele deeg kan je alle vormen maken die je wenst. Ik houd van gekke voetjes. Voor rondjes heb je helemaal geen extra gereedschap nodig: die steek je gewoon met een omgekeerd glas. Ik verzamel koekjesvormen. Wat verzamel ik eigenlijk niet? Sterren voor de Kerst, halve maantjes voor een melancholische bijeenkomst, paddenstoelen voor een vegetarisch diner …
Het is ook erg leuk om deze koekjes met kinderen te maken.

Eén advies: gebruik verse roomboter  verse. Boter kan, als hij wat langer in de koelkast ligt, wel eens zo’n zurige geur krijgen. Niet gebruiken. Je blijft die narigheid proeven.

Nodig voor een fikse hoeveelheid koekjes:

140 gram zachte roomboter

90 gram witte basterdsuiker

1 zakje vanillesuiker

snufje zout

180 gram bloem.

1. Meng de boter met de basterdsuiker, vanillesuiker en het zout.

2. Meng de bloem erdoor heen. Ik doe het hier in een keukenmachine, maar het kan ook met de mixer of de hand.

3. Kneed het deeg verder met de hand tot een mooie bol.

4. Doe de bol in plastic folie en laat minstens een uur in de ijskast liggen. Langer kan ook, bv een dag, maar haal het dan een half uur voor gebruik uit de ijskast omdat het dan makkelijker uit te rollen is.

5. Verwarm de oven voor tot 170°C.

6. Rol het deeg uit tot een dikte van een euro. Bij mij blijft deeg vaak aan de deegroller plakken.

Mijn truc: leg het deeg op een vel bakpapier, duw het met de muis van je hand wat platter. Leg een nieuw vel bakpapier op het deeg en rol het uit terwijl het tussen twee vellen zit. Blijft nooit plakken en vooral handig als je deeg heel dun moet uitrollen.

voetjesdeegplus

7. Steek met een door jou gekozen vormpje koekjes uit het deeg. Probeer zo min mogelijk ruimte tussen de koekjes te laten. Verplaats de uitgestoken koekjes op een bakplaat die met bakpapier is bedekt.

8. Kneed de restjes bij elkaar tot een nieuwe bal en rol het deeg opnieuw uit en steek er weer koekjes van.

9. Bak ze in 15 minuten in de oven tot ze mooi goudbruin kleuren.

 

voetjesklaar

 tip: dit deeg houd zich goed in de diepvries. Bewaar het in niet al te grote bollen.

Recept uit De Kleine Banketbakker van Cees Holtkamp & Jonah Freud.

(het is het recept voor boterbiesjes)

Een heel leuk boekje voor iedereen – jong & oud – die wil leren bakken.