Berichten

afriekkoekjes

Wat je allemaal kunt meemaken in drie weken

  • Bezoek aan Johannesburg, een grote en ondoorgrondelijke stad.
  • Een waterval zien, bij Magoebaskloof.
  • Wilde beesten ontmoeten in Kruger: een groep olifanten die de weg oversteekt en af en toe dreigend naar de auto loert, apen die alles jatten wat los en vast zit, nijlpaarden die hun grote lijf onder water verbergen en alleen hun ogen en oren laten zien en de schattige impala’s die elke saaie weg opvrolijken door langs de kant te huppelen

afriekwaterval

 

  • Huisjes in alle soorten en maten: van Owl cottage – met een indrukwekkende view – bij Magoebaskloof – tot saaie chalets in wildparken die zo zijn gebouwd dat je vooral bij de buren naar binnen kijkt en geen snippertje wild ziet.
  • We lezen Zuid Afrikaanse kranten en luisteren in de auto naar de Zuid Afrikaanse radio. We horen over rellen in Soweto – vanwege de hoge energieprijs – over een onbegrijpelijk besluit van president Zuma en ook een rel over een journalist die Hendrik Verwoerd – de architect van de apartheid – een intelligente man noemt. Ander decor, andere namen, maar niet eens zo heel anders dan thuis.

afriekpraat

  • Pilgrims Rest, een oud herbouwd mijndorpje waar het prettig knullig is zodat je niet voelt als een toeristenfuik. We hebben er een typisch Afrikaanse taart gegeten: melktaart. Lekker!
  • Als je heel stil bent, hoor je het geklop van de hoeven van de giraffen als ze op het asfalt oversteken.
    Hoge bergen – waar het koud en vochtig is – en een uitzicht is met de prachtige naam Gods Window. Vrees dat god zijn dag niet had, de gordijnen waren dicht (mist) en we hebben niets gezien.

DSC_0209

  • Een avondtocht in een open safari bus met een gids die zo goed kan kijken dat hij in de schemering de auto stilzet om ons te wijzen op een kameleon. Het dier met de omvang van een pingpongbal zit zo’n vijftig centimeter boven de grond zijn uiterste best te doen om één te zijn met  de gifgroen blaadjes van een tak. Hij lijkt zo goed dat de gids uit de auto moet stappen om zijn vinger boven de kameleon te houden. Dan zien wij hem eindelijk. Ik kir bewonderend dat hij een ongelooflijk goed oog heeft. Hij gooit zijn hoofd in zijn nek en zegt: ‘if I don’t see, I don’t have a job.’
  • Iets later treffen we een luipaard op impalajacht. We zien het luipaard sluipen. De toeristen kijken bewonderd. Ik verlang naar een dierenpartij die in opstand komt tegen dit bloederige uitje. Als er al iemand moet sneuvelen, waarom niet het luipaard. Zou je een mooie tas van kunnen maken.
  • Wat de impala uiteindelijk heeft gered weet ik niet: het geronk van de motor van de bus, de sterke zaklampen die het tafereel belichten of toch zijn eigen neus.

afriekhippo

 

  • Hoe moeilijk het is om beesten een beetje aantrekkelijk op de foto te zetten als je alleen door je raampje kunt fotograferen. Daar ligt het aan – dat begrijpt u – dat raampje, niet mijn vaardigheden.
  • Een wild varkentje – weggelopen van de filmset van de Lion King – die rustig ons kleine safarikamp binnen wandelt. De meeste grotere kampen hebben wildroosters voor de deur. Deze niet. Het varken gaat heerlijk groen toeristengras eten. De apen klimmen gewoon over het hek.

afriekhuisje

Nu in St Lucia, een kustplaats aan de Indische Oceaan. Aan de ene kant de zee en de andere kant wetlands waar nijlpaarden en krokodillen leven. We hebben nog maar zo’n klein stukje van Zuid Afrika gezien en dan al zo’n variatie in landschap, geur, klimaat en sfeer. We gaan even in onze mandjes liggen om bij te komen.

afriekxnwater

Voor de liefhebbers: de aap klimt verder.

afriekaapklim

afriekaapje

 

afriekaapje2

 

twinsoweto

Zwart Wit

Nog nooit ben ik me zo bewust geweest van mijn kleur. Misschien is het beter te zeggen: het gebrek aan kleur. Een bezoek aan Zuid Afrika is een bezoek aan de geschiedenis. Speciaal die van uitsluiten en bewonderen.

Om met het uitsluiten te beginnen. Na een bezoek aan Soweto, de tentoonstelling Rise and Fall of apartheid en het Apartheid Museum, schaam ik me voor wat uit naam van witte hoogmoed is aangericht. Ook mijn hoogmoed en mijn achtergrond. In deze tijd ken ik de politiek correcte standpunten uit mijn hoofd, maar was ik pakweg 50 jaar geleden ook zo wijs geweest. Ik vrees van niet.

Soweto

Op aanraden van Ianthe, onze dochter die ook in Zuid Afrika is,  gaan we fietsen we met Lebo’s Soweto Backpackers, een hostel midden in Soweto dat fietstochten door de wijk organiseert. Het is vast geen toeval dat de meerderheid van de deelnemers Nederlander is. De begeleiders spelen hun rol met verve. Trots op hun buurt, veel verwijzingen naar de grootsheid van de zwarte gemeenschap.  ‘De beroemdste straat in de wereld is Vilakazi Street in Orlando West, daar woonden ooit Nelson Mandela en Desmond Tutu.  Of kunnen jullie een andere straat noemen waar twee Nobelprijswinnaars woonden’, vraagt de gids een tikje vilein.

afriekgolfplaathut

 

We rijden over modderige zandpaden in de achterbuurten, waar het vuil gewoon op de weg gegooid wordt, en een hutje van golfplaten 250 rand huur per maand kost. (Dat is ongeveer 22 euro.) Daarvoor heb je overigens geen wc en geen water of afvoer.

Daarna langs luxe flats die – gek genoeg – niet bewoond worden. De gids is bitter. De gebouwen staan er al vijf jaar, er heeft nooit iemand gewoond. Een geval van een organisatie die goed wil doen, niet de juiste opzichter aanstelt en sindsdien de boel de boel laat. Wat er zou gebeuren als ze de huizen zouden kraken, wil ik weten. Verbaasd kijkt de gids mij aan. ‘Dan haalt de politie de mensen weg.’ Soweto is veelzijdig. Naast de krottenwijk staan delen met keurige stenen eengezinswoningen, omzoomd door een stevig hek. Alles is laag, een enkele school telt drie verdiepingen. In de township wonen tussen de 3,5 en 5 miljoen mensen.

De torens, aan het begin van dit stukje, zijn torens van oude elektriciteitscentrales in Soweto. Ze wekten geen energie op voor het township, maar voor een blanke wijk, kilometers verderop. In de ene toren zitten nu culturele instellingen, in de ander kan je bungeejumpen.

Wie kijkt naar wie

Naast onze luxe fietsen hebben we geen andere fiets gezien, of het moet een mini-exemplaar zijn. We worden voortdurend bekeken en toe gezwaaid. Kleine kinderen rennen langs de groep om iedereen een high five te geven. Waarom? Omdat we er raar uitzien op die fietsen. Omdat ze bijna nooit een witte mens in hun eigen straat zien. Omdat ze denken dat toeristen dat leuk vinden? Ik heb geen idee.

De meeste mensen zwaaien en reageren verheugd als we terug zwaaien. Het voelt een beetje alsof ik deelneem aan een Koninklijke stoet. Misschien wordt dat gevoel versterkt door het feit dat het in Nederland Koningsdag is. In Zuid Afrika is het op dezelfde dag Freedom Day, de dag waarop wordt herdacht dat op 27 april 1994 de eerste vrije verkiezen werden gehouden. Van feestelijkheden is niet veel te merken. De gids waarschuwt regelmatig voor glasscherven op de weg. Er is de avond daar voor veel gedronken. Kennelijk hebben Freedom- en Oranjefeesten iets gemeen.

Iedereen neemt voortdurend foto’s: van zichtbare armoede, van schattige kinderen, van karakteristieke koppen en van de monumenten. Ik ook. Maar het voelt een beetje gek. Wat doen we hier? Gelukkig pakt een passant zijn mobiel en neemt een foto van twintig zwaaiende bleekscheten op de fiets.

 

afriekrodestoep

 

Rode stoepen

Alle vrolijkheid verdwijnt als we op het plein van het Hector Pieterson Memorial  komen. De gids vertelt zonder enige opsmuk over de duizenden scholieren die in 1976 opstand kwamen tegen het slechte schoolsysteem voor zwarten. Ze wilden Engels leren. Ze trokken – in een geweldloos protest – door de straten van Soweto. De politie wilde ze tegenhouden. Er vielen schoten en er werden meer dan vijftig kinderen gedood. De 13-jarige Hector Pieterson was de eerste.

Pas later, toen Mandela aan de macht kwam, mocht er een monument komen. Het is mooi en kaal. Veel stenen, dat waren de enige wapens die de scholieren hadden. Uitspraken van ouders van gedode kinderen, die zich troosten met de gedachten dat hun kind niet voor niets was gestorven, maar had bijgedragen aan een betere toekomst voor hun land. Olijfbomen, die Mandela wenste, omdat ze het symbool zijn van vrede. En rode stoepen. Die waren ons niet opgevallen als speciaal. In Nederland is de rode klinker een veel gebruikte steen in de openbare ruimte. Hier symboliseert het rood het bloed dat over de straten vloeide.

 

afriekdrinkgezond

Bier en zang

Tot slot worden we meegenomen naar een simpele uitspanning. Niet toeristisch belooft de gids. Het ziet er minder gelikt uit dan de geijkte toeristenfuik, maar of het helemaal authentiek is. Als de blanken – met hun gezonde flesjes water – plaats hebben genomen tussen de localen die allemaal aan het bier zijn, pakt een oude man zijn gitaar, trekt een jonge vrouw haar lichtgroene flatjes aan en beginnen ze samen te zingen. Afrikaans, maar ook Jazz uit Amerika en – onvermijdelijk – een lied uit de Lion King.

Een van de aanwezigen drinkt bier uit een goedkoop pak dat. Let op de tekst op de achterkant: ‘don’t drink and walk on the road, you may be killed’.

 

afriektrots

Bewonderen

En dan is er ook die andere kant, die van bewondering. Bewondering voor Mandela. Die is overal voelbaar. In de manier waarop de gidsen over hem praten, in de tijdelijke tentoonstelling in het Apartheid Museum. Wat mij bijblijft is de rode mercedes – opgesteld tussen de vele foto’s en teksten – die de werknemers van Mercedes in Zuid Afrika voor hem maakten toen hij werd vrijgelaten. Het is een verpletterend museum, heel grondig en volledig, maar het voelt alsof ik een boek lees.

Ik ben het meest geraakt door de fototentoonstelling ‘Rise and Fall of apartheid’ in het Afrika Museum. Daar is de alledaagsheid van de apartheid te zien. Juist die gewoonheid maakt het zo beklemmend.

afriekontroer

afriekalleenblank

afriekzwartefamilie