Berichten

inprullenbak

Nurture of Nature?

Woensdagmiddag gaan we op stap: pinguïns kijken in Betty’s Bay. Speurend op de rotsen ontdekken we een buitenissig dier met een zacht bruin velletje en spit snuitje dat razendsnel over de rotsen rent. We vinden het niet terug op de borden met uitleg en achtergrond. Fototoestellen in de aanslag.  Het voelt bijna of we zelfstandig een nieuwe diersoort hebben ontdekt.

wildedas

Een dag later bezoeken we Hermanus, een mooi stadje aan de kust dat zijn bekendheid dankt aan walvissen die voor de kust leven. Het is niet helemaal het seizoen voor walvissen, maar gelukkig wel voor  mosselen en gebakken vis. Bovendien is er een kunstroute. We wandelen over een – wederom – mooie rotspartij, ruiken aan de de bloemen van de uitgebloeide citroentijm en bespreken de kunst. Soms prachtig, maar soms onbegrijpelijk: een lullige tuinplant in een rieten mandje onbereikbaar opgeborgen in een ster van gaas.

servetdas

Tot ik mijn geslenter onderbreek: weer zo’n gek beest van gisteren. ‘Dacht jij niet dat het een otter was’. Gespannen zit hij in de wazige zon naar de passanten te kijken. He, daar zit er nog een op een prullenbak.

Het doet met denken aan mijn eerste bezoek aan Washington. Ik had nog geen voet buiten het hotel gezet, op weg naar de plaatselijke Museumstraat, of ik zag een eekhoorn. Ook die at uit een prullenbak. Meteen was ik het hele museum vergeten. Wat bijzonder, dat ik dat mocht meemaken een eekhoorn midden in een miljoenenstad. Pas later ontdekte ik dat ze even gewoon zijn als de Amsterdamse duiven. Mooier alleen.

Zo is het ook met deze dassen. Het zijn geen otters, maar Klipdassen of Rock dassies – het is maar welke taal je spreekt – en ze komen voor in grote delen van Afrika.

Ik ben nooit te beroerd om een dier op de foto te zetten. Zo ook deze keer besluip ik de schichtige diertjes van voor en van achter.

springdas

Tot ik, uit een aanpalende prullenbak een doffe plof hoor, iets langs me voel schieten en van schrik in mijn man probeer te klimmen. Uit de prullenbak is dassie nr zoveel tevoorschijn geklommen. Hij – of zij – heeft haar mond vol met servet. Ze kauwt erop en kijkt ons woest aan: dat we niet denken dat we haar servet kunnen stelen. Geen denken aan. Ze houdt de prullenbak bezet door haar achterpoot achteloos in de bak te laten hangen.

Als de servet op is, verdwijnt ze weer in haar voorraadkast. Ik – geen held – durf er niet boven te hangen, maar maak een foto op de gok. Gelukt.

Een stukje verder zien we ook nog een paar uitgegroeide marmotten wat gras knabbelen. Gelukkig doen ze soms wat hun moeder zegt: een boterham gezond en een boterham met lekkers.

grasdas

Ik bestudeer meerder boeken – en sites – over deze grappige beestjes en leer dat ze het liefst op rotsen wonen, in families leven, mannen de baas zijn en ze een ingewikkeld ‘blafsysteem’ kennen om elkaar te waarschuwen voor vijanden. Nergens vind ik iets over vuilnisbakkeneters en ‘verboden te voeren.’

zakdas

De weinige natuur in Hermanus is ingericht als leerveld. Tal van educatieve bordjes laten in aantrekkelijke bewoording zien hoe het toegaat in de echte natuur. Wie er leeft, wie op wie jaagt en wat er zoal groeit en bloeit. Op zo’n bordje ontwaar ik mijn nieuwe lieveling.

Ik beloof bij deze dat als ik terugkeer op aarde – je moet op alles voorbereid zijn – het als Verkleurmannetjie zal zijn.

kameleon