starways

Het Paradijs?

Waarom reizen mensen?

Tal van redenen.

Ik ben op zoek naar Het Paradijs.

Het mogen er ook best twee zijn, of meer.

Nog niet gevonden. Wel bijna. Tot nu toe kleeft aan elke paradijselijk plek ook een minpunt, of twee. Is dat omdat ik te kritisch ben, of omdat het paradijs niet meer dan een streven is.

lucht

Het eerste paradijs heeft onze dochter Ianthe voor ons uitgekozen. Het ligt in Hogsback, een sprookjesachtige plaatsje in de bergen. Het is een van de plekken op aarde waar Tolkien zijn Hobbit-oeuvre op heeft gebaseerd. Voorstelbaar. Glooiende heuvels, geheimzinnige watervallen, ondoordringbare bossen en huizen die perfect als hobbithoeve kunnen dienen.

huisjehogs

Wij gaan naar Terra Khaya, het ligt hoog op een berg. De weg er naartoe is een pittige dirtroad. Wij komen – aldus Ianthe en Iris – op een bijzonder moment: er is een feest omdat een nieuwe ruimte geopend wordt. Het is er waanzinnig mooi. Dit is het paradijs, ik weet het zeker. Gebouwen met overal grapjes, gekke hoekjes, dingen om te ontdekken. Het is een perfecte verzameling van persoonlijke bric a brac waar ik zo dol op ben. Honden, katten, kippen en paarden scharrelen overal tussendoor. Er is een slaapzaal en verschillende huisjes. Wij hebben een huisje waarvan de buitenkant is gemaakt van afgedankte verkeersboren.

douche

Had ik al verteld dat het een backpackers hotel is, of gemeld dat het er wemelt van oude en jonge hippies? Ben ik nooit geweest, een hippie, vandaar misschien dat ik een beetje bang voor ze ben. ’s Avonds als ik naar bed ga, word ik bijna bedolven onder sterren die zo flonkeren dat het lijkt of ik ze kan plukken. Ik ga even op de grond liggen om te genieten.

Ze doen hier serieus aan duurzaamheid. Alles wordt bewaard en hergebruikt. De douche, de mooiste die ik ooit gezien heb, kijkt uit op de bergen. Als je onder de douche wilt, moet je even vragen of ze het houtvuur onder ‘de boiler’ willen aansteken. De theezakjes worden op het fornuis gedroogd.

De volgende ochtend, als ik in mijn ponnetje naar de gemeenschappelijke ruimte wandel, is er pap, gemaakt door twee oudere zwarte dames in een sprookjesachtige keuken. De oudste noemt me mammie en zet een keteltje water op voor mijn thee. Daarna gaat ze deeg kneden voor het brood dat ze elke dag bakt. In een gewoon hotel zou ik me nooit in mijn nachtpon onder de gasten mengen. Maar hippies, die vinden dat gewoon.

recycle

We maken een wandeling naar de waterval Madonna and Child. We eten taart en viskoekjes in de Vlindertuin. We vragen de weg aan iemand die ons niet verstaat. Hij zegt iets tegen ons, wat wij weer niet verstaan. In tweede instantie wel: of we magic mushrooms willen kopen.

waterval

Wat is er mis?

Dat wilt u misschien wel weten. Het eerste is iets waar alleen een tuttig dametje zich aan stoort: er zijn drie wc’s, her en der verdeeld over het terrein. Allemaal ecologisch.

En het feest, dat was best aardig, voor eventjes, maar de muziek dreunde de hele nacht door. De tweede nacht ook. Vandaar dat het niemand opviel dat ik – toch een tikje ongemakkelijk – in mijn nachtpon zat.

Ik ga zeker nog een keer terug!

En maak een vervolg over de andere – bijna – paradijzen.

hogsback

wimpy

Waar drinkt een lady koffie?

Wij hebben een nieuwe favoriete hang out: Wimpy.

Niet gedacht he?

We zitten ook wel eens bij een coffeeshop van Douwe Egberts.

Amsterdammers zien, net zoals bewoners van internationale steden, het aantal exclusieve koffietenten groeien. Ze branden hun eigen bonen, hebben een ruig uiterlijk, verkopen peperdure systemen om koffie te zetten. Zelfs de ouderwetse filter kost er een vermogen. In Johannesburg hebben ze precies dezelfde soort tenten.

Nescafé

Nu we dieper het land intrekken is het anders. Hier zijn geen hippe plekken, hier zijn zelfs nauwelijks uitspanningen waar je koffie kunt drinken. De huurhuisjes hebben geen koffiezetapparatuur en eindelijk snappen we waarom er zoveel soorten Nescafé in de schappen van de super staat.

Vandaar de Wimpy. Bovendien hebben ze nog een onderdeel dat ons lokt: gratis Wifi. We onderhouden een gecompliceerde relatie met het web. Een echte reiziger is los van alles, dus ook van nieuwssites, mail met familie en vrienden en tips voor leuke huisjes. Een echte reiziger is los. Wij niet.

wimpy2

Internet

Wij snakken naar internet. In de auto speuren we naar de vrolijke rode kleuren van de gigant die in Nederland in de jaren zeventig en tachtig groot was, maar daarna geheel verdween. Hier opende de Engelse keten in 1976 zijn eerste hamburgertent en is daarna nooit verdwenen. Sterker nog. Wimpy is een grote speler op de markt. We hebben nog geen Mc Donalds of Burger King gezien. En die koffie, die koffie is best te drinken.

de

DE

In het kustplaatsje St Lucia wijst een inwoner ons op een ‘geweldige coffeeshop’, nergens in heel Zuid Afrika, beweert ze, kun je betere koffie drinken. Wij huppelen naar binnen. De uitstraling is top. Mooie, gestileerde zwart-wit tekeningen van wilde dieren. Een paar verrukkelijke taartjes en muffins en twee leuke jonge barista’s naast een indrukwekkend espressoapparaat. We kunnen niet wachten op onze bestelling. Tot onze verbazing zijn de koppen versierd met het bekende DE-logo. In Nederland een tuttig merk, hier de top van de markt.

moederdag

Moederdag

Deze chocolaatjes krijg ik – midden in Kruger – omdat het Moederdag is. Drie luxe snoepjes, met de hand verpakt in glimmend rood papier, voor elke vrouw. Ontroerend lief. Ze worden uitgedeeld bij Mugs and Beans, ook zo’n keten die er in slaagt om perfect de Europese koffietent te kopiëren. Je komt de kleine shops tegen in de grote dorpen in de wildparken en bij benzinestations. Ook zij hebben gratis Wifi.

Verlangen

Het geeft een ambivalent gevoel. We op reis om een andere cultuur te leren kennen. Om nieuwe gedachten te ontwikkelen. Maar juist midden in die nieuwe cultuur, verlangen we vertrouwde elementen van het thuisleven. Dat blijkt cappuccino en dagelijks het nl-nieuws.

bord0

Borden in Zuid Afrika

Van de borden in een land kun je veel leren. Wat mag wel, wat niet. Net zoals in Nederland zijn de borden vooral goed in het afschuiven van verantwoordelijkheid: u mag hier best gek doen, maar als het misgaat, is het niet onze schuld. Ook vergelijkbaar is het feit dat borden overvloedig aanwezig zijn, maar controle minder.

Hieronder een selectie van opvallende borden:

 

bord3

Bij een waterval bij de Magoebaskloof.

bord2

In Krugerpark mag je de auto niet uit, het is gevaarlijk immers als wilde dieren zin hebben in een hapje of schrikken van al te kleffe toeristen. Op een brug in Noord Kruger mag je even de auto uit.

bord1

 

bord5

Boven: een deel van een bord in een kamp in Krugerpark. Deze zie je  vaker: fietsen, skaten en boarden zijn hier niet populair.

Onder: de huisregels van Krugerpark. Die staan gek genoeg niet bij de ingang – althans niet bij degene die ik nam – maar wel bij de grote dorpen midden in Kruger.

bord4

 

bord7

Bij een strand bij Saint Lucia.

bord8

Een souvenirwinkel met een bank voor de deur.

bord6

Bij een bungalowpark naast Gods Window.

bord9

Bij de grens met Swaziland. Vooral mooi — heel internationaal – dat einde: help ons u te helpen.

 

impa1

Een lofzang

Ze zijn de allerleukste,

de allerliefste,

de mooiste,

en de grappigste!

En toch doet iedereen zo blasé over die schattige hertjes.

De gids op de safari bus vraagt: ‘heeft u allemaal al impala’s gezien?

‘Ja’, brult het gezelschap.

‘Goed zo’, antwoordt de gids, ‘dan hoeven we daar dus niet voor te stoppen.’

impa2

De arrogantie. De narigheid.

Heel eerlijk gezegd, hebben wij er ook last van.

‘O, impala’s’, zuchten we verveeld als we iets tussen de struiken zien bewegen.

Hoeven we niet voor te stoppen.

Ooit, in Kenia, hadden we iets vergelijkbaars met zebra’s.
Die zie je daar veel. Hadden we al snel genoeg van.

Nu probeer ik ieder gestreept zebravelletje te kieken.

 

afriekzebra

Liefst als ze met meer naast elkaar staan, dat geeft zo’n lollig effect.

Schaarste roept bewondering op.

 

impakont

Terug naar de impala’s, de koeien van de Zuid Afrikaanse wildparken.

Hebt u wel eens goed naar ze gekeken?

Hoe elegant ze springen, als een prima ballerina die haar zwaarste kunsten vertoont.

Hoe doordringend de kerels balken als ze genoeg hebben van al die glurende ogen.

Wel eens naar die kontjes geloerd?

Met die elegante streepjes en dat koddige witte staartje.

Ook de strepen op hun hoofd en

de gradaties van beige naar room op hun lijf.

Jaloersmakend!

Zulke streepjes wil ik ook:

van achter, op mijn ogen en op mijn nieuwe jurk.

Die enkeltjes, niet alleen zijn ze ragfijn, maar let ook eens op die dotjes zwart die daar als vrolijke pompons elke beweging verstrekken.

impa3

 

En dan die horens.

Kleine stokjes bij de jonkies en mooie gedraaide gevallen bij de volwassenen.

We zagen zo’n gewei liggen op de weg, het bloed zat er nog aan.

 

twinsoweto

Zwart Wit

Nog nooit ben ik me zo bewust geweest van mijn kleur. Misschien is het beter te zeggen: het gebrek aan kleur. Een bezoek aan Zuid Afrika is een bezoek aan de geschiedenis. Speciaal die van uitsluiten en bewonderen.

Om met het uitsluiten te beginnen. Na een bezoek aan Soweto, de tentoonstelling Rise and Fall of apartheid en het Apartheid Museum, schaam ik me voor wat uit naam van witte hoogmoed is aangericht. Ook mijn hoogmoed en mijn achtergrond. In deze tijd ken ik de politiek correcte standpunten uit mijn hoofd, maar was ik pakweg 50 jaar geleden ook zo wijs geweest. Ik vrees van niet.

Soweto

Op aanraden van Ianthe, onze dochter die ook in Zuid Afrika is,  gaan we fietsen we met Lebo’s Soweto Backpackers, een hostel midden in Soweto dat fietstochten door de wijk organiseert. Het is vast geen toeval dat de meerderheid van de deelnemers Nederlander is. De begeleiders spelen hun rol met verve. Trots op hun buurt, veel verwijzingen naar de grootsheid van de zwarte gemeenschap.  ‘De beroemdste straat in de wereld is Vilakazi Street in Orlando West, daar woonden ooit Nelson Mandela en Desmond Tutu.  Of kunnen jullie een andere straat noemen waar twee Nobelprijswinnaars woonden’, vraagt de gids een tikje vilein.

afriekgolfplaathut

 

We rijden over modderige zandpaden in de achterbuurten, waar het vuil gewoon op de weg gegooid wordt, en een hutje van golfplaten 250 rand huur per maand kost. (Dat is ongeveer 22 euro.) Daarvoor heb je overigens geen wc en geen water of afvoer.

Daarna langs luxe flats die – gek genoeg – niet bewoond worden. De gids is bitter. De gebouwen staan er al vijf jaar, er heeft nooit iemand gewoond. Een geval van een organisatie die goed wil doen, niet de juiste opzichter aanstelt en sindsdien de boel de boel laat. Wat er zou gebeuren als ze de huizen zouden kraken, wil ik weten. Verbaasd kijkt de gids mij aan. ‘Dan haalt de politie de mensen weg.’ Soweto is veelzijdig. Naast de krottenwijk staan delen met keurige stenen eengezinswoningen, omzoomd door een stevig hek. Alles is laag, een enkele school telt drie verdiepingen. In de township wonen tussen de 3,5 en 5 miljoen mensen.

De torens, aan het begin van dit stukje, zijn torens van oude elektriciteitscentrales in Soweto. Ze wekten geen energie op voor het township, maar voor een blanke wijk, kilometers verderop. In de ene toren zitten nu culturele instellingen, in de ander kan je bungeejumpen.

Wie kijkt naar wie

Naast onze luxe fietsen hebben we geen andere fiets gezien, of het moet een mini-exemplaar zijn. We worden voortdurend bekeken en toe gezwaaid. Kleine kinderen rennen langs de groep om iedereen een high five te geven. Waarom? Omdat we er raar uitzien op die fietsen. Omdat ze bijna nooit een witte mens in hun eigen straat zien. Omdat ze denken dat toeristen dat leuk vinden? Ik heb geen idee.

De meeste mensen zwaaien en reageren verheugd als we terug zwaaien. Het voelt een beetje alsof ik deelneem aan een Koninklijke stoet. Misschien wordt dat gevoel versterkt door het feit dat het in Nederland Koningsdag is. In Zuid Afrika is het op dezelfde dag Freedom Day, de dag waarop wordt herdacht dat op 27 april 1994 de eerste vrije verkiezen werden gehouden. Van feestelijkheden is niet veel te merken. De gids waarschuwt regelmatig voor glasscherven op de weg. Er is de avond daar voor veel gedronken. Kennelijk hebben Freedom- en Oranjefeesten iets gemeen.

Iedereen neemt voortdurend foto’s: van zichtbare armoede, van schattige kinderen, van karakteristieke koppen en van de monumenten. Ik ook. Maar het voelt een beetje gek. Wat doen we hier? Gelukkig pakt een passant zijn mobiel en neemt een foto van twintig zwaaiende bleekscheten op de fiets.

 

afriekrodestoep

 

Rode stoepen

Alle vrolijkheid verdwijnt als we op het plein van het Hector Pieterson Memorial  komen. De gids vertelt zonder enige opsmuk over de duizenden scholieren die in 1976 opstand kwamen tegen het slechte schoolsysteem voor zwarten. Ze wilden Engels leren. Ze trokken – in een geweldloos protest – door de straten van Soweto. De politie wilde ze tegenhouden. Er vielen schoten en er werden meer dan vijftig kinderen gedood. De 13-jarige Hector Pieterson was de eerste.

Pas later, toen Mandela aan de macht kwam, mocht er een monument komen. Het is mooi en kaal. Veel stenen, dat waren de enige wapens die de scholieren hadden. Uitspraken van ouders van gedode kinderen, die zich troosten met de gedachten dat hun kind niet voor niets was gestorven, maar had bijgedragen aan een betere toekomst voor hun land. Olijfbomen, die Mandela wenste, omdat ze het symbool zijn van vrede. En rode stoepen. Die waren ons niet opgevallen als speciaal. In Nederland is de rode klinker een veel gebruikte steen in de openbare ruimte. Hier symboliseert het rood het bloed dat over de straten vloeide.

 

afriekdrinkgezond

Bier en zang

Tot slot worden we meegenomen naar een simpele uitspanning. Niet toeristisch belooft de gids. Het ziet er minder gelikt uit dan de geijkte toeristenfuik, maar of het helemaal authentiek is. Als de blanken – met hun gezonde flesjes water – plaats hebben genomen tussen de localen die allemaal aan het bier zijn, pakt een oude man zijn gitaar, trekt een jonge vrouw haar lichtgroene flatjes aan en beginnen ze samen te zingen. Afrikaans, maar ook Jazz uit Amerika en – onvermijdelijk – een lied uit de Lion King.

Een van de aanwezigen drinkt bier uit een goedkoop pak dat. Let op de tekst op de achterkant: ‘don’t drink and walk on the road, you may be killed’.

 

afriektrots

Bewonderen

En dan is er ook die andere kant, die van bewondering. Bewondering voor Mandela. Die is overal voelbaar. In de manier waarop de gidsen over hem praten, in de tijdelijke tentoonstelling in het Apartheid Museum. Wat mij bijblijft is de rode mercedes – opgesteld tussen de vele foto’s en teksten – die de werknemers van Mercedes in Zuid Afrika voor hem maakten toen hij werd vrijgelaten. Het is een verpletterend museum, heel grondig en volledig, maar het voelt alsof ik een boek lees.

Ik ben het meest geraakt door de fototentoonstelling ‘Rise and Fall of apartheid’ in het Afrika Museum. Daar is de alledaagsheid van de apartheid te zien. Juist die gewoonheid maakt het zo beklemmend.

afriekontroer

afriekalleenblank

afriekzwartefamilie

 

 

leeuw

Toedeloe!

Als we groot zijn, grappen de man en ik, gaan we reizen. Lekker lang en ver weg. Met groot bedoelden we ons pensioen. Dat pensioen is niet gekomen. Of beter gezegd: de crisis ging er met ons werk vandoor en nu hebben we meer vrije tijd dan we ooit hadden voorzien.

We reden een paar weken door Nicaragua, bleven wat langer hangen op ons vaste wintersportadres, maar echt langdurig reizen bleef uit. Excuses alom: kind net aan de studie, ander kind op reis, nieuw huis gekocht, verbouwen en hier en daar een klusje. Om ons heen werden vrienden ziek, gingen mensen dood en realiseerden we ons dat we allang groot zijn en het lot rare dingen kan uithalen. Nu, is ons motto.

Reizen kost geld. Dus huis in de verhuur en hier en daar wat overbodigs te gelde gemaakt. Het is lastig kiezen als de hele wereld lonkt. Onze jongste dochter is een jaar in Zuid Afrika om zonne-energie te promoten. Haar verhalen klinken goed, foto’s zijn verleidelijk en het is een onweerstaanbaar idee om haar weer echt in armen te sluiten in plaats van weemoedig naar een Skypescherm te turen. Keuze gemaakt, gidsen gekocht, sites verzameld en tickets geboekt.

Omdat ons Amsterdamse huis al verhuurd is, zitten we in ons zomerhuisje in Egmond. Dat is al vakantie. Uitzicht op de duinen. Reigers – mijn lievelingsvogels – slaan hun tenten op bij een poeltje vlakbij. De storm giert, de houtkachel knappert en de poezen brengen dagelijks een verse muis.

Over een week gaan we weg. Het komt dichtbij. Liever was ik gisteren weggegaan. Iedereen wil plots afscheid nemen. Nog even met ons eten, drinken en praten. Wat een onzin, we gaan maar drie maanden weg. Zo weer terug. Niet moeilijk doen. Maar ja hoe zeg je NEE tegen al die lieve verzoeken.

Ik kijk nog eens naar de leeuwenfoto op mijn telefoon. Gekopieerd van de Facebookpagina van Frans de Waal. De Nederlandse primatoloog plaatst dagelijks foto’s van dieren. Het is een verzameling van vogels die over het water scheren, roofdieren die hun prooi verorberen maar ook vaak beeld waar mens en dier elkaar ontmoeten. Ik ben een zacht ei die het liefst voor een nest jonge leeuwtjes wil zorgen terwijl een baby-aapje zich in mijn haar heeft genesteld. In dromen is het goed toeven. De leeuwen hierboven zijn in Krugerpark genomen. Daar ben ik over drie weken. Ik fantaseer over uitstappen. Hij over deuren die vergrendeld zijn.