deken

Historisch Museum

Provinciale musea zijn aandoenlijk. Niets van de geliktheid die wij gewend zijn. Het is meestal niet meer dan een paar zaaltjes, zonder duidelijk thema of idee over inrichting. Het is goed te zien dat een Afrikaanse directeur ooit de geschiedenis heeft willen vertellen zoals hij hem kende. De glorie van de boeren en Britten breed uitgemeten, die van Kaffers – dat was toen een heel gewoon woord – kreeg nauwelijks aandacht.

Dat is de laatste 20 jaar hersteld. De Xhosa – de oorspronkelijke bewoners in dit deel van Zuid Afrika – kregen hun rechtmatige plek in het museum in Grahamstown, maar er is waarschijnlijk niet genoeg geld om de hele boel om te gooien. Oud en Nieuw staan een beetje ongemakkelijk naast elkaar. Soms in één zaal, maar meestal zijn er nieuwe zalen gemaakt om het verhaal van de zwarte bevolking te vertellen.

houtleeuw

In het historisch museum van Grahamstown vermoed ik dat er een commissie aan het werk is gegaan om nieuwe teksten te maken. Het is een universiteitsstad, dus mogelijk heeft de commissie zich gedegen voorbereid. Ze zijn er niet niet uitgekomen. De waarheid bestaat niet, hij kan niet worden aangestipt en wie iets wil vinden, bepaalt maar zijn eigen oordeel.

museumtekst

Terwijl wij het museum bezoeken is de portier keihard aan het telefoneren. In alle vier de zalen horen wij zijn stem als ondertitel bij wat we zien. Van de voortrekkers, de eerste blanken die het land in bezit namen, de Britten die daarna kwamen en de Xhosa  die door iedereen worden onderdrukt en overheerst.

kralenmuseum

Het is een krachtig ratjetoe van schitterende gebruiksvoorwerpen en sieraden gemaakt van kralen, Engelse kinderschoentjes, wapens, werktuigen en meubels gemaakt op basis van ontwerpen van het land van herkomst waar hier en daar een Afrikaans detail opduikt.

 

kinderschoen

starways

Het Paradijs?

Waarom reizen mensen?

Tal van redenen.

Ik ben op zoek naar Het Paradijs.

Het mogen er ook best twee zijn, of meer.

Nog niet gevonden. Wel bijna. Tot nu toe kleeft aan elke paradijselijk plek ook een minpunt, of twee. Is dat omdat ik te kritisch ben, of omdat het paradijs niet meer dan een streven is.

lucht

Het eerste paradijs heeft onze dochter Ianthe voor ons uitgekozen. Het ligt in Hogsback, een sprookjesachtige plaatsje in de bergen. Het is een van de plekken op aarde waar Tolkien zijn Hobbit-oeuvre op heeft gebaseerd. Voorstelbaar. Glooiende heuvels, geheimzinnige watervallen, ondoordringbare bossen en huizen die perfect als hobbithoeve kunnen dienen.

huisjehogs

Wij gaan naar Terra Khaya, het ligt hoog op een berg. De weg er naartoe is een pittige dirtroad. Wij komen – aldus Ianthe en Iris – op een bijzonder moment: er is een feest omdat een nieuwe ruimte geopend wordt. Het is er waanzinnig mooi. Dit is het paradijs, ik weet het zeker. Gebouwen met overal grapjes, gekke hoekjes, dingen om te ontdekken. Het is een perfecte verzameling van persoonlijke bric a brac waar ik zo dol op ben. Honden, katten, kippen en paarden scharrelen overal tussendoor. Er is een slaapzaal en verschillende huisjes. Wij hebben een huisje waarvan de buitenkant is gemaakt van afgedankte verkeersboren.

douche

Had ik al verteld dat het een backpackers hotel is, of gemeld dat het er wemelt van oude en jonge hippies? Ben ik nooit geweest, een hippie, vandaar misschien dat ik een beetje bang voor ze ben. ’s Avonds als ik naar bed ga, word ik bijna bedolven onder sterren die zo flonkeren dat het lijkt of ik ze kan plukken. Ik ga even op de grond liggen om te genieten.

Ze doen hier serieus aan duurzaamheid. Alles wordt bewaard en hergebruikt. De douche, de mooiste die ik ooit gezien heb, kijkt uit op de bergen. Als je onder de douche wilt, moet je even vragen of ze het houtvuur onder ‘de boiler’ willen aansteken. De theezakjes worden op het fornuis gedroogd.

De volgende ochtend, als ik in mijn ponnetje naar de gemeenschappelijke ruimte wandel, is er pap, gemaakt door twee oudere zwarte dames in een sprookjesachtige keuken. De oudste noemt me mammie en zet een keteltje water op voor mijn thee. Daarna gaat ze deeg kneden voor het brood dat ze elke dag bakt. In een gewoon hotel zou ik me nooit in mijn nachtpon onder de gasten mengen. Maar hippies, die vinden dat gewoon.

recycle

We maken een wandeling naar de waterval Madonna and Child. We eten taart en viskoekjes in de Vlindertuin. We vragen de weg aan iemand die ons niet verstaat. Hij zegt iets tegen ons, wat wij weer niet verstaan. In tweede instantie wel: of we magic mushrooms willen kopen.

waterval

Wat is er mis?

Dat wilt u misschien wel weten. Het eerste is iets waar alleen een tuttig dametje zich aan stoort: er zijn drie wc’s, her en der verdeeld over het terrein. Allemaal ecologisch.

En het feest, dat was best aardig, voor eventjes, maar de muziek dreunde de hele nacht door. De tweede nacht ook. Vandaar dat het niemand opviel dat ik – toch een tikje ongemakkelijk – in mijn nachtpon zat.

Ik ga zeker nog een keer terug!

En maak een vervolg over de andere – bijna – paradijzen.

hogsback

wimpy

Waar drinkt een lady koffie?

Wij hebben een nieuwe favoriete hang out: Wimpy.

Niet gedacht he?

We zitten ook wel eens bij een coffeeshop van Douwe Egberts.

Amsterdammers zien, net zoals bewoners van internationale steden, het aantal exclusieve koffietenten groeien. Ze branden hun eigen bonen, hebben een ruig uiterlijk, verkopen peperdure systemen om koffie te zetten. Zelfs de ouderwetse filter kost er een vermogen. In Johannesburg hebben ze precies dezelfde soort tenten.

Nescafé

Nu we dieper het land intrekken is het anders. Hier zijn geen hippe plekken, hier zijn zelfs nauwelijks uitspanningen waar je koffie kunt drinken. De huurhuisjes hebben geen koffiezetapparatuur en eindelijk snappen we waarom er zoveel soorten Nescafé in de schappen van de super staat.

Vandaar de Wimpy. Bovendien hebben ze nog een onderdeel dat ons lokt: gratis Wifi. We onderhouden een gecompliceerde relatie met het web. Een echte reiziger is los van alles, dus ook van nieuwssites, mail met familie en vrienden en tips voor leuke huisjes. Een echte reiziger is los. Wij niet.

wimpy2

Internet

Wij snakken naar internet. In de auto speuren we naar de vrolijke rode kleuren van de gigant die in Nederland in de jaren zeventig en tachtig groot was, maar daarna geheel verdween. Hier opende de Engelse keten in 1976 zijn eerste hamburgertent en is daarna nooit verdwenen. Sterker nog. Wimpy is een grote speler op de markt. We hebben nog geen Mc Donalds of Burger King gezien. En die koffie, die koffie is best te drinken.

de

DE

In het kustplaatsje St Lucia wijst een inwoner ons op een ‘geweldige coffeeshop’, nergens in heel Zuid Afrika, beweert ze, kun je betere koffie drinken. Wij huppelen naar binnen. De uitstraling is top. Mooie, gestileerde zwart-wit tekeningen van wilde dieren. Een paar verrukkelijke taartjes en muffins en twee leuke jonge barista’s naast een indrukwekkend espressoapparaat. We kunnen niet wachten op onze bestelling. Tot onze verbazing zijn de koppen versierd met het bekende DE-logo. In Nederland een tuttig merk, hier de top van de markt.

moederdag

Moederdag

Deze chocolaatjes krijg ik – midden in Kruger – omdat het Moederdag is. Drie luxe snoepjes, met de hand verpakt in glimmend rood papier, voor elke vrouw. Ontroerend lief. Ze worden uitgedeeld bij Mugs and Beans, ook zo’n keten die er in slaagt om perfect de Europese koffietent te kopiëren. Je komt de kleine shops tegen in de grote dorpen in de wildparken en bij benzinestations. Ook zij hebben gratis Wifi.

Verlangen

Het geeft een ambivalent gevoel. We op reis om een andere cultuur te leren kennen. Om nieuwe gedachten te ontwikkelen. Maar juist midden in die nieuwe cultuur, verlangen we vertrouwde elementen van het thuisleven. Dat blijkt cappuccino en dagelijks het nl-nieuws.

nijltuin

Nijlpaard in de tuin

Er loopt een nijlpaard in onze tuin.

We zijn sinds vier dagen in Saint Lucia, een kustplaats net onder de kust van Mozambique. Het dorp hangt vol met borden dat je – vooral ’s nachts – moet oppassen voor overstekende hippo’s. Overdag liggen ze lui in het water, ’s avonds gaan ze op zoek naar groenvoer.

Wij kennen het fenomeen. Honderden kilometers hebben we in Noorwegen afgelegd en zagen bord na bord met de waarschuwing op te passen voor overstekende elanden. We wilden er dolgraag eentje zien. Dat is nooit gebeurd.

Hoe zou het hier zijn met overstekend wild. Iemand die ons een huisje wil verhuren, duikt onder zijn bomen om wat grijzige aarde te pakken. ‘Kijk’, zegt hij, ‘dit is echte nijlpaardenpoep. Geweldige mest.’ De dieren, verzekert hij, lopen elke nacht door zijn tuin.

Machtige kaken

We vermoeden dat hij de nadruk legt op die nachtelijke wandelingen om zijn armetierige huisje aan te prijzen. De eigenaar van het huisje dat we wel huren, waarschuwt voor de dieren die natuurlijk ook in haar tuin wandelen: nijlpaarden zien er goeiig uit, maar kunnen ook aanvallen. Hun kaken zijn sterk genoeg om een mens doormidden te bijten.

Bij ons appartement hoort een terras dat overgaat in een grote glooiende tuin. Beneden zijn de moerassen waar de nijlpaarden bivakkeren. Elke avond horen we doordringende snurkgeluiden. Ze klinken dichtbij. Ik spring steeds op, sluip de tuin in op zoek naar nijlpaarden. Ze vertonen zich niet.

bordhippos

 

Op kousenvoeten

Tot gisteravond. Ik zit buiten en zie plots een nijlpaard voorbij kuieren. Ik verwachtte dat zijn komst hoorbaar zou zijn, niets van dat al. Hij is muisstil. Het enorme dier staat plots voor  mijn neus en hapt  hier en daar in een grasspriet.

Ik kijk, ben even bang en maak dan een foto met mijn iPhone en ren naar binnen voor een betere camera. Maar ze laten zich niet fotograferen die zeekoeien – zoals ze hier heten – daar zijn ze te slim voor. Ze vallen weg in het grijs van de nacht. Als ik zoek naar de knoppen om in de nacht te fotograferen, is het nijlpaard alweer weg gewandeld.

Ik kan het dus niet bewijzen. Maar we hadden bezoek van een nijlpaard.

 

De foto boven dit stukje is wel van een nijlpaard in St Lucia, maar niet in onze tuin.

De foto hieronder is van de iPhone en een beetje opgepimpt, maar die is wel van de hippo in de tuin.

nijpiphoto

 

 

bord0

Borden in Zuid Afrika

Van de borden in een land kun je veel leren. Wat mag wel, wat niet. Net zoals in Nederland zijn de borden vooral goed in het afschuiven van verantwoordelijkheid: u mag hier best gek doen, maar als het misgaat, is het niet onze schuld. Ook vergelijkbaar is het feit dat borden overvloedig aanwezig zijn, maar controle minder.

Hieronder een selectie van opvallende borden:

 

bord3

Bij een waterval bij de Magoebaskloof.

bord2

In Krugerpark mag je de auto niet uit, het is gevaarlijk immers als wilde dieren zin hebben in een hapje of schrikken van al te kleffe toeristen. Op een brug in Noord Kruger mag je even de auto uit.

bord1

 

bord5

Boven: een deel van een bord in een kamp in Krugerpark. Deze zie je  vaker: fietsen, skaten en boarden zijn hier niet populair.

Onder: de huisregels van Krugerpark. Die staan gek genoeg niet bij de ingang – althans niet bij degene die ik nam – maar wel bij de grote dorpen midden in Kruger.

bord4

 

bord7

Bij een strand bij Saint Lucia.

bord8

Een souvenirwinkel met een bank voor de deur.

bord6

Bij een bungalowpark naast Gods Window.

bord9

Bij de grens met Swaziland. Vooral mooi — heel internationaal – dat einde: help ons u te helpen.

 

afriekkoekjes

Wat je allemaal kunt meemaken in drie weken

  • Bezoek aan Johannesburg, een grote en ondoorgrondelijke stad.
  • Een waterval zien, bij Magoebaskloof.
  • Wilde beesten ontmoeten in Kruger: een groep olifanten die de weg oversteekt en af en toe dreigend naar de auto loert, apen die alles jatten wat los en vast zit, nijlpaarden die hun grote lijf onder water verbergen en alleen hun ogen en oren laten zien en de schattige impala’s die elke saaie weg opvrolijken door langs de kant te huppelen

afriekwaterval

 

  • Huisjes in alle soorten en maten: van Owl cottage – met een indrukwekkende view – bij Magoebaskloof – tot saaie chalets in wildparken die zo zijn gebouwd dat je vooral bij de buren naar binnen kijkt en geen snippertje wild ziet.
  • We lezen Zuid Afrikaanse kranten en luisteren in de auto naar de Zuid Afrikaanse radio. We horen over rellen in Soweto – vanwege de hoge energieprijs – over een onbegrijpelijk besluit van president Zuma en ook een rel over een journalist die Hendrik Verwoerd – de architect van de apartheid – een intelligente man noemt. Ander decor, andere namen, maar niet eens zo heel anders dan thuis.

afriekpraat

  • Pilgrims Rest, een oud herbouwd mijndorpje waar het prettig knullig is zodat je niet voelt als een toeristenfuik. We hebben er een typisch Afrikaanse taart gegeten: melktaart. Lekker!
  • Als je heel stil bent, hoor je het geklop van de hoeven van de giraffen als ze op het asfalt oversteken.
    Hoge bergen – waar het koud en vochtig is – en een uitzicht is met de prachtige naam Gods Window. Vrees dat god zijn dag niet had, de gordijnen waren dicht (mist) en we hebben niets gezien.

DSC_0209

  • Een avondtocht in een open safari bus met een gids die zo goed kan kijken dat hij in de schemering de auto stilzet om ons te wijzen op een kameleon. Het dier met de omvang van een pingpongbal zit zo’n vijftig centimeter boven de grond zijn uiterste best te doen om één te zijn met  de gifgroen blaadjes van een tak. Hij lijkt zo goed dat de gids uit de auto moet stappen om zijn vinger boven de kameleon te houden. Dan zien wij hem eindelijk. Ik kir bewonderend dat hij een ongelooflijk goed oog heeft. Hij gooit zijn hoofd in zijn nek en zegt: ‘if I don’t see, I don’t have a job.’
  • Iets later treffen we een luipaard op impalajacht. We zien het luipaard sluipen. De toeristen kijken bewonderd. Ik verlang naar een dierenpartij die in opstand komt tegen dit bloederige uitje. Als er al iemand moet sneuvelen, waarom niet het luipaard. Zou je een mooie tas van kunnen maken.
  • Wat de impala uiteindelijk heeft gered weet ik niet: het geronk van de motor van de bus, de sterke zaklampen die het tafereel belichten of toch zijn eigen neus.

afriekhippo

 

  • Hoe moeilijk het is om beesten een beetje aantrekkelijk op de foto te zetten als je alleen door je raampje kunt fotograferen. Daar ligt het aan – dat begrijpt u – dat raampje, niet mijn vaardigheden.
  • Een wild varkentje – weggelopen van de filmset van de Lion King – die rustig ons kleine safarikamp binnen wandelt. De meeste grotere kampen hebben wildroosters voor de deur. Deze niet. Het varken gaat heerlijk groen toeristengras eten. De apen klimmen gewoon over het hek.

afriekhuisje

Nu in St Lucia, een kustplaats aan de Indische Oceaan. Aan de ene kant de zee en de andere kant wetlands waar nijlpaarden en krokodillen leven. We hebben nog maar zo’n klein stukje van Zuid Afrika gezien en dan al zo’n variatie in landschap, geur, klimaat en sfeer. We gaan even in onze mandjes liggen om bij te komen.

afriekxnwater

Voor de liefhebbers: de aap klimt verder.

afriekaapklim

afriekaapje

 

afriekaapje2

 

impa1

Een lofzang

Ze zijn de allerleukste,

de allerliefste,

de mooiste,

en de grappigste!

En toch doet iedereen zo blasé over die schattige hertjes.

De gids op de safari bus vraagt: ‘heeft u allemaal al impala’s gezien?

‘Ja’, brult het gezelschap.

‘Goed zo’, antwoordt de gids, ‘dan hoeven we daar dus niet voor te stoppen.’

impa2

De arrogantie. De narigheid.

Heel eerlijk gezegd, hebben wij er ook last van.

‘O, impala’s’, zuchten we verveeld als we iets tussen de struiken zien bewegen.

Hoeven we niet voor te stoppen.

Ooit, in Kenia, hadden we iets vergelijkbaars met zebra’s.
Die zie je daar veel. Hadden we al snel genoeg van.

Nu probeer ik ieder gestreept zebravelletje te kieken.

 

afriekzebra

Liefst als ze met meer naast elkaar staan, dat geeft zo’n lollig effect.

Schaarste roept bewondering op.

 

impakont

Terug naar de impala’s, de koeien van de Zuid Afrikaanse wildparken.

Hebt u wel eens goed naar ze gekeken?

Hoe elegant ze springen, als een prima ballerina die haar zwaarste kunsten vertoont.

Hoe doordringend de kerels balken als ze genoeg hebben van al die glurende ogen.

Wel eens naar die kontjes geloerd?

Met die elegante streepjes en dat koddige witte staartje.

Ook de strepen op hun hoofd en

de gradaties van beige naar room op hun lijf.

Jaloersmakend!

Zulke streepjes wil ik ook:

van achter, op mijn ogen en op mijn nieuwe jurk.

Die enkeltjes, niet alleen zijn ze ragfijn, maar let ook eens op die dotjes zwart die daar als vrolijke pompons elke beweging verstrekken.

impa3

 

En dan die horens.

Kleine stokjes bij de jonkies en mooie gedraaide gevallen bij de volwassenen.

We zagen zo’n gewei liggen op de weg, het bloed zat er nog aan.

 

krugerzebrababy

4 scenes uit Kruger

1.

De leeuwen hebben tutu’s aan, de giraffen hangen slingers op, de zebra’s staan langs de kant en de apen oefenen een welkomstlied. Ik ben in aantocht. Eindelijk.

 

krugerxspiegel

2.

We rijden naar een drinkplaats – de bewegwijzering in Kruger is perfect – en treffen een lege auto. Na enig speurwerk zien we een man lopen, ver in het veld, in de buurt van een kudde olifanten. Voorzichtig stappen we uit. Als angstige stokstaartjes staan we naast  de auto. De man – met fototoestel – komt weer terug en spreekt ons aan. Er ontspint zich een gesprek.

‘Ook uit Nederland, dat dacht ik al te horen.’

‘Mag je hier uit de auto?’

‘Geen idee, er staat nergens iets aangegeven.’

‘Is het niet gevaarlijk?’

‘Olifanten niet, die vallen niet snel aan.’

‘Zijn hier dan geen andere dieren, ik hoor geloof ik apen.’

‘Ja, dat zijn apen.’

‘Bent u een kenner?’

‘Nee, iedereen weet hoe een aap klinkt.’

 

krugerwortelklein

3.

Shingwedzi, een kamp midden in Noord Kruger. Het heeft iets weg van Center Parks, met restaurant, receptie, benzinestation, winkel en volstrekt identieke huisjes. Het is er toch prettig: het is 31 graden, de vogels krijsen en het zwembad is op temperatuur. Er zijn apen, meldt het papier bij de ijskast. Of we willen oppassen, ze stelen. Ik lig even op bed te lezen en zie plots op de aanrecht, die buiten is, een aapje rennen met een tomaat tussen zijn tanden. Onze tomaat.

Ik ren naar buiten: er is een kolonne kleine zilverkleurige apen in aantocht. Slungelig komen ze aan, steeds meer, ze kijken verdomd goed om zich heen en overal waar ze iets eetbaars vermoeden, springen ze razendsnel op het overdekte terras. Ik ben te laat voor een foto.

Dag twee ben ik voorbereid. Zodra de eerste aap in beeld komt, pak ik het fototoestel en leg een wortel neer. (Voeren mag niet, maar een wortel is toch gezond?!?)

De aap komt aan, veel sneller dan verwacht, 1 wortelstuk in zijn bek, 1 in de linker poot en 1 rechts. Hij kan er slechts twee meenemen. Geeft nix. In gestrekte draf komen de anderen.

 

krugerbord

4.

We zijn aan de late kant. We mogen nog net door de poort. Flink doorrijden anders is het al donker voor we aankomen. De sfeer in de auto daalt snel. Naar welk kamp zijn we eigenlijk op zoek. Wie had ook weer geboekt, wie had ook weer de reservering zullen printen? Hoe heet die verdomde plek: Parfuri, Pafuri rest camp of Pafuri River? Langzaam groeit het besef dat we iets fout hebben gedaan. We willen naar Pafuri rest camp, midden in Kruger, maar hebben waarschijnlijk een foutje gemaakt toen we een aantrekkelijk aanbod zagen. We? Nou ja, ik. Maar hij heeft verzuimd de reservering uit te printen.

Gelukkig zien we, na enige tijd, op een brug zo’n idyllische open safaritruck, ervoor staat een dame – type Engelse met noten op haar zang – binnen gluurt een enorme telelens. Naast de auto staan twee werknemers, de één klapt een tafeltje uit, de ander schenkt witte wijn. Begerig loer ik naar het tafeltje, beleefd vraag ik of ze ons misschien kunnen helpen.

Tja, als wij niet precies weten waar we naartoe moeten, hoe zouden zij het dan moeten weten. Waarschijnlijk bedoelen Pafuri River – dat ligt net buiten Kruger – en we mogen wel hard rijden want de poort gaat om zes uur dicht en de mannen houden er niet van om die weer open te doen. Hij blijft rustig, ik wat minder. De zon gaat prachtig onder.

Om halfzeven komen we bij de poort. Hij stapt uit en legt uiterst beleefd uit hoe ontzetten dom we zijn en of de meneer alstublieft wil helpen. ‘U mag hier blijven slapen’, horen mijn gespitste oren. Uiteindelijk – via een eindeloze dirtroad aan de verkeerde kant van Kruger komen we bij Pafuri River.

Geweldig leuk: een slaapkamer op palen, dicht bij de boomkruinen. Een klein huisje ernaast met douche, wc en keuken. Alles voorzien van olielampen.

 

 

 

twinsoweto

Zwart Wit

Nog nooit ben ik me zo bewust geweest van mijn kleur. Misschien is het beter te zeggen: het gebrek aan kleur. Een bezoek aan Zuid Afrika is een bezoek aan de geschiedenis. Speciaal die van uitsluiten en bewonderen.

Om met het uitsluiten te beginnen. Na een bezoek aan Soweto, de tentoonstelling Rise and Fall of apartheid en het Apartheid Museum, schaam ik me voor wat uit naam van witte hoogmoed is aangericht. Ook mijn hoogmoed en mijn achtergrond. In deze tijd ken ik de politiek correcte standpunten uit mijn hoofd, maar was ik pakweg 50 jaar geleden ook zo wijs geweest. Ik vrees van niet.

Soweto

Op aanraden van Ianthe, onze dochter die ook in Zuid Afrika is,  gaan we fietsen we met Lebo’s Soweto Backpackers, een hostel midden in Soweto dat fietstochten door de wijk organiseert. Het is vast geen toeval dat de meerderheid van de deelnemers Nederlander is. De begeleiders spelen hun rol met verve. Trots op hun buurt, veel verwijzingen naar de grootsheid van de zwarte gemeenschap.  ‘De beroemdste straat in de wereld is Vilakazi Street in Orlando West, daar woonden ooit Nelson Mandela en Desmond Tutu.  Of kunnen jullie een andere straat noemen waar twee Nobelprijswinnaars woonden’, vraagt de gids een tikje vilein.

afriekgolfplaathut

 

We rijden over modderige zandpaden in de achterbuurten, waar het vuil gewoon op de weg gegooid wordt, en een hutje van golfplaten 250 rand huur per maand kost. (Dat is ongeveer 22 euro.) Daarvoor heb je overigens geen wc en geen water of afvoer.

Daarna langs luxe flats die – gek genoeg – niet bewoond worden. De gids is bitter. De gebouwen staan er al vijf jaar, er heeft nooit iemand gewoond. Een geval van een organisatie die goed wil doen, niet de juiste opzichter aanstelt en sindsdien de boel de boel laat. Wat er zou gebeuren als ze de huizen zouden kraken, wil ik weten. Verbaasd kijkt de gids mij aan. ‘Dan haalt de politie de mensen weg.’ Soweto is veelzijdig. Naast de krottenwijk staan delen met keurige stenen eengezinswoningen, omzoomd door een stevig hek. Alles is laag, een enkele school telt drie verdiepingen. In de township wonen tussen de 3,5 en 5 miljoen mensen.

De torens, aan het begin van dit stukje, zijn torens van oude elektriciteitscentrales in Soweto. Ze wekten geen energie op voor het township, maar voor een blanke wijk, kilometers verderop. In de ene toren zitten nu culturele instellingen, in de ander kan je bungeejumpen.

Wie kijkt naar wie

Naast onze luxe fietsen hebben we geen andere fiets gezien, of het moet een mini-exemplaar zijn. We worden voortdurend bekeken en toe gezwaaid. Kleine kinderen rennen langs de groep om iedereen een high five te geven. Waarom? Omdat we er raar uitzien op die fietsen. Omdat ze bijna nooit een witte mens in hun eigen straat zien. Omdat ze denken dat toeristen dat leuk vinden? Ik heb geen idee.

De meeste mensen zwaaien en reageren verheugd als we terug zwaaien. Het voelt een beetje alsof ik deelneem aan een Koninklijke stoet. Misschien wordt dat gevoel versterkt door het feit dat het in Nederland Koningsdag is. In Zuid Afrika is het op dezelfde dag Freedom Day, de dag waarop wordt herdacht dat op 27 april 1994 de eerste vrije verkiezen werden gehouden. Van feestelijkheden is niet veel te merken. De gids waarschuwt regelmatig voor glasscherven op de weg. Er is de avond daar voor veel gedronken. Kennelijk hebben Freedom- en Oranjefeesten iets gemeen.

Iedereen neemt voortdurend foto’s: van zichtbare armoede, van schattige kinderen, van karakteristieke koppen en van de monumenten. Ik ook. Maar het voelt een beetje gek. Wat doen we hier? Gelukkig pakt een passant zijn mobiel en neemt een foto van twintig zwaaiende bleekscheten op de fiets.

 

afriekrodestoep

 

Rode stoepen

Alle vrolijkheid verdwijnt als we op het plein van het Hector Pieterson Memorial  komen. De gids vertelt zonder enige opsmuk over de duizenden scholieren die in 1976 opstand kwamen tegen het slechte schoolsysteem voor zwarten. Ze wilden Engels leren. Ze trokken – in een geweldloos protest – door de straten van Soweto. De politie wilde ze tegenhouden. Er vielen schoten en er werden meer dan vijftig kinderen gedood. De 13-jarige Hector Pieterson was de eerste.

Pas later, toen Mandela aan de macht kwam, mocht er een monument komen. Het is mooi en kaal. Veel stenen, dat waren de enige wapens die de scholieren hadden. Uitspraken van ouders van gedode kinderen, die zich troosten met de gedachten dat hun kind niet voor niets was gestorven, maar had bijgedragen aan een betere toekomst voor hun land. Olijfbomen, die Mandela wenste, omdat ze het symbool zijn van vrede. En rode stoepen. Die waren ons niet opgevallen als speciaal. In Nederland is de rode klinker een veel gebruikte steen in de openbare ruimte. Hier symboliseert het rood het bloed dat over de straten vloeide.

 

afriekdrinkgezond

Bier en zang

Tot slot worden we meegenomen naar een simpele uitspanning. Niet toeristisch belooft de gids. Het ziet er minder gelikt uit dan de geijkte toeristenfuik, maar of het helemaal authentiek is. Als de blanken – met hun gezonde flesjes water – plaats hebben genomen tussen de localen die allemaal aan het bier zijn, pakt een oude man zijn gitaar, trekt een jonge vrouw haar lichtgroene flatjes aan en beginnen ze samen te zingen. Afrikaans, maar ook Jazz uit Amerika en – onvermijdelijk – een lied uit de Lion King.

Een van de aanwezigen drinkt bier uit een goedkoop pak dat. Let op de tekst op de achterkant: ‘don’t drink and walk on the road, you may be killed’.

 

afriektrots

Bewonderen

En dan is er ook die andere kant, die van bewondering. Bewondering voor Mandela. Die is overal voelbaar. In de manier waarop de gidsen over hem praten, in de tijdelijke tentoonstelling in het Apartheid Museum. Wat mij bijblijft is de rode mercedes – opgesteld tussen de vele foto’s en teksten – die de werknemers van Mercedes in Zuid Afrika voor hem maakten toen hij werd vrijgelaten. Het is een verpletterend museum, heel grondig en volledig, maar het voelt alsof ik een boek lees.

Ik ben het meest geraakt door de fototentoonstelling ‘Rise and Fall of apartheid’ in het Afrika Museum. Daar is de alledaagsheid van de apartheid te zien. Juist die gewoonheid maakt het zo beklemmend.

afriekontroer

afriekalleenblank

afriekzwartefamilie

 

 

leeuw

Toedeloe!

Als we groot zijn, grappen de man en ik, gaan we reizen. Lekker lang en ver weg. Met groot bedoelden we ons pensioen. Dat pensioen is niet gekomen. Of beter gezegd: de crisis ging er met ons werk vandoor en nu hebben we meer vrije tijd dan we ooit hadden voorzien.

We reden een paar weken door Nicaragua, bleven wat langer hangen op ons vaste wintersportadres, maar echt langdurig reizen bleef uit. Excuses alom: kind net aan de studie, ander kind op reis, nieuw huis gekocht, verbouwen en hier en daar een klusje. Om ons heen werden vrienden ziek, gingen mensen dood en realiseerden we ons dat we allang groot zijn en het lot rare dingen kan uithalen. Nu, is ons motto.

Reizen kost geld. Dus huis in de verhuur en hier en daar wat overbodigs te gelde gemaakt. Het is lastig kiezen als de hele wereld lonkt. Onze jongste dochter is een jaar in Zuid Afrika om zonne-energie te promoten. Haar verhalen klinken goed, foto’s zijn verleidelijk en het is een onweerstaanbaar idee om haar weer echt in armen te sluiten in plaats van weemoedig naar een Skypescherm te turen. Keuze gemaakt, gidsen gekocht, sites verzameld en tickets geboekt.

Omdat ons Amsterdamse huis al verhuurd is, zitten we in ons zomerhuisje in Egmond. Dat is al vakantie. Uitzicht op de duinen. Reigers – mijn lievelingsvogels – slaan hun tenten op bij een poeltje vlakbij. De storm giert, de houtkachel knappert en de poezen brengen dagelijks een verse muis.

Over een week gaan we weg. Het komt dichtbij. Liever was ik gisteren weggegaan. Iedereen wil plots afscheid nemen. Nog even met ons eten, drinken en praten. Wat een onzin, we gaan maar drie maanden weg. Zo weer terug. Niet moeilijk doen. Maar ja hoe zeg je NEE tegen al die lieve verzoeken.

Ik kijk nog eens naar de leeuwenfoto op mijn telefoon. Gekopieerd van de Facebookpagina van Frans de Waal. De Nederlandse primatoloog plaatst dagelijks foto’s van dieren. Het is een verzameling van vogels die over het water scheren, roofdieren die hun prooi verorberen maar ook vaak beeld waar mens en dier elkaar ontmoeten. Ik ben een zacht ei die het liefst voor een nest jonge leeuwtjes wil zorgen terwijl een baby-aapje zich in mijn haar heeft genesteld. In dromen is het goed toeven. De leeuwen hierboven zijn in Krugerpark genomen. Daar ben ik over drie weken. Ik fantaseer over uitstappen. Hij over deuren die vergrendeld zijn.