krugerzebrababy

4 scenes uit Kruger

1.

De leeuwen hebben tutu’s aan, de giraffen hangen slingers op, de zebra’s staan langs de kant en de apen oefenen een welkomstlied. Ik ben in aantocht. Eindelijk.

 

krugerxspiegel

2.

We rijden naar een drinkplaats – de bewegwijzering in Kruger is perfect – en treffen een lege auto. Na enig speurwerk zien we een man lopen, ver in het veld, in de buurt van een kudde olifanten. Voorzichtig stappen we uit. Als angstige stokstaartjes staan we naast  de auto. De man – met fototoestel – komt weer terug en spreekt ons aan. Er ontspint zich een gesprek.

‘Ook uit Nederland, dat dacht ik al te horen.’

‘Mag je hier uit de auto?’

‘Geen idee, er staat nergens iets aangegeven.’

‘Is het niet gevaarlijk?’

‘Olifanten niet, die vallen niet snel aan.’

‘Zijn hier dan geen andere dieren, ik hoor geloof ik apen.’

‘Ja, dat zijn apen.’

‘Bent u een kenner?’

‘Nee, iedereen weet hoe een aap klinkt.’

 

krugerwortelklein

3.

Shingwedzi, een kamp midden in Noord Kruger. Het heeft iets weg van Center Parks, met restaurant, receptie, benzinestation, winkel en volstrekt identieke huisjes. Het is er toch prettig: het is 31 graden, de vogels krijsen en het zwembad is op temperatuur. Er zijn apen, meldt het papier bij de ijskast. Of we willen oppassen, ze stelen. Ik lig even op bed te lezen en zie plots op de aanrecht, die buiten is, een aapje rennen met een tomaat tussen zijn tanden. Onze tomaat.

Ik ren naar buiten: er is een kolonne kleine zilverkleurige apen in aantocht. Slungelig komen ze aan, steeds meer, ze kijken verdomd goed om zich heen en overal waar ze iets eetbaars vermoeden, springen ze razendsnel op het overdekte terras. Ik ben te laat voor een foto.

Dag twee ben ik voorbereid. Zodra de eerste aap in beeld komt, pak ik het fototoestel en leg een wortel neer. (Voeren mag niet, maar een wortel is toch gezond?!?)

De aap komt aan, veel sneller dan verwacht, 1 wortelstuk in zijn bek, 1 in de linker poot en 1 rechts. Hij kan er slechts twee meenemen. Geeft nix. In gestrekte draf komen de anderen.

 

krugerbord

4.

We zijn aan de late kant. We mogen nog net door de poort. Flink doorrijden anders is het al donker voor we aankomen. De sfeer in de auto daalt snel. Naar welk kamp zijn we eigenlijk op zoek. Wie had ook weer geboekt, wie had ook weer de reservering zullen printen? Hoe heet die verdomde plek: Parfuri, Pafuri rest camp of Pafuri River? Langzaam groeit het besef dat we iets fout hebben gedaan. We willen naar Pafuri rest camp, midden in Kruger, maar hebben waarschijnlijk een foutje gemaakt toen we een aantrekkelijk aanbod zagen. We? Nou ja, ik. Maar hij heeft verzuimd de reservering uit te printen.

Gelukkig zien we, na enige tijd, op een brug zo’n idyllische open safaritruck, ervoor staat een dame – type Engelse met noten op haar zang – binnen gluurt een enorme telelens. Naast de auto staan twee werknemers, de één klapt een tafeltje uit, de ander schenkt witte wijn. Begerig loer ik naar het tafeltje, beleefd vraag ik of ze ons misschien kunnen helpen.

Tja, als wij niet precies weten waar we naartoe moeten, hoe zouden zij het dan moeten weten. Waarschijnlijk bedoelen Pafuri River – dat ligt net buiten Kruger – en we mogen wel hard rijden want de poort gaat om zes uur dicht en de mannen houden er niet van om die weer open te doen. Hij blijft rustig, ik wat minder. De zon gaat prachtig onder.

Om halfzeven komen we bij de poort. Hij stapt uit en legt uiterst beleefd uit hoe ontzetten dom we zijn en of de meneer alstublieft wil helpen. ‘U mag hier blijven slapen’, horen mijn gespitste oren. Uiteindelijk – via een eindeloze dirtroad aan de verkeerde kant van Kruger komen we bij Pafuri River.

Geweldig leuk: een slaapkamer op palen, dicht bij de boomkruinen. Een klein huisje ernaast met douche, wc en keuken. Alles voorzien van olielampen.

 

 

 

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie